
print paginaDus jij wilt popfotograaf worden?
Om jouw superfoto van die ene te gekke band gepubliceerd te krijgen, is meer nodig dan talent en een Hasselblad-camera. De harde realiteit van de popfotografie vergt stamina.
door Yorick Buwalda, maart 2010
Dus jij wilt popfotograaf worden, hè? Op tournee met al je helden, nachtenlang doorhalen, meesterlijke foto’s maken en uiteindelijk de cover van OOR schieten – of beter nog: de hoesfoto voor die ene te gekke band? Trek maar een nummertje.
Als fotoredacteur van OOR krijg ik om de haverklap jonge enthousiastelingen voor m’n neus, al dan niet met een Hasselbladje om de nek (want ja: Corbijn is en blijft Het Grote Voorbeeld). Telkens weer moet ik hun jeugddromen aan diggelen slaan. Nu is het niet compleet onmogelijk om bij ons binnen te komen – het is de aloude formule van de juiste persoon op het juiste moment op de juiste plaats – maar er is gewoonweg nauwelijks werk hier in de Lage Landen. En als er wel werk is, dan is er geen of nauwelijks budget.
Mocht je je afvragen hoe het dan zit met al die fantastische fotografie in OOR: anno 2010 is tachtig procent van wat er in ons blad te zien is afkomstig van de platenmaatschappijen en kun je als OOR-fotograaf zomaar een tijd zonder opdrachten zitten. Dat ligt niet zozeer aan ons, maar eerder aan de industrie: bands komen tijd tekort tijdens persdagen en in de tijd dat er een shoot kan worden gedaan, kunnen ze ook een ander medium te woord staan; ze zijn incompleet; hun favoriete visagist heeft zich verslapen; of ze komen helemaal niet naar Europa en doen alleen telefonische interviews. En als je wel een keer ‘beet’ hebt, dan moet je niet vreemd opkijken als dat tien minuten tegen de muur van Paradiso is.
Promofoto’s zijn dus best handig, al blijft het een principekwestie: zoals je ook geen voorgekauwde interviews wilt plaatsen, wil je ook je eigen fotografie. Een smoel creëren, daar gaat het om. En dat kan de jongste garde fotografen overigens prima, want die jongens en meisjes zijn over het algemeen gretig, niet kieskeurig, experimenteren er vaak nog flink op los en (ook niet onbelangrijk) vragen niet gelijk de hoofdprijs. Ons budget is namelijk niet oneindig. Sterker nog: dat is niet bepaald een vetpot kan ik verklappen. Voorheen schaamde ik me zelfs een beetje voor de fee die ‘het grootste muziekmagazine van de Benelux’ uitkeert. Hoewel: de meeste magazines die tegen de pop- en jongerencultuur aanleunen, geven helemaal niets (of een paar sneakers of iets dergelijks).
Hoewel dit een kwalijke ontwikkeling is, is het ergens ook een logische. Er is namelijk een groot overschot aan gretige, jonge fotografen. Als jij je werk gepubliceerd krijgt is dat – ook onbetaald – een erkenning van je talent. Tegelijkertijd verpest je het op die manier echter niet alleen voor je collega’s, maar ook voor jezelf. Tegen de tijd dat je erachter komt dat je geld moet vragen voor je foto’s ben je te laat en staat de volgende lichting talentjes op de stoep. Net als jij toen doen zij het voor niets. Tot op zekere hoogte is de hele markt dus verpest. Door jou.
Mijn voorstel? Staar je niet blind op de muziek en maak van jezelf een alleskunner. Ga de mode in, ga aan de slag voor overheidsinstanties, voor reclamebureaus en stal je archieven bij persbureaus. Dáár zit het geld. De meeste van onze fotografen doen de muziek ‘erbij’ omdat ze dat te gek vinden en verdienen hun boterham elders. Maar als je eigenwijs bent: ga ervoor.
Persoonlijk ben ik een groot fan van Nick Helderman. Dit ventje van begin twintig heeft nog nooit een fotoacademie van binnen gezien. Af en toe belt hij me op: ‘Ja, Nick hier. Ik ga op tournee met [vul een willekeurige, totaal onbekende kutband in]. Wil je foto’s?’ Helderman gaat op de bonnefooi met jan en alleman op tournee of naar prestigieuze Amerikaanse festivals als SXSW en CMJ. Hij komt thuis met een berg foto’s en gaat daar vervolgens mee leuren. Nu is dat geen cash cow, maar het is wel dé manier om ervaring op te doen en naam te maken. En dat is de essentie van elke droombaan: de realiteit valt altijd tegen, dus je moet echt alles op alles zetten. Keihard.
Anton Corbijn kreeg ooit wat geld van zijn ouders voor een nieuw gasfornuis, want die jongen moest wel goed eten natuurlijk. In plaats van een gasfornuis kocht Corbijn een vliegticket naar Amerika zodat hij daar David Bowie op de foto kon zetten. Wauw!
In samenwerking met OOR presenteerde de Brakke Grond tijdens het pop- en rockfestival Sonic Connections een workshop popfotografie met de Vlaamse topfotograaf Guy Kokken.
Yorick Buwalda is fotoredacteur van muziektijdschrift OOR.
Foto: Tom Barman (c) Guy Kokken




























