print paginaDe opstand in Beeld
Documentaire fotograaf Pauline Beugnies exposeert in de Brakke Grond foto’s die ze maakte van Egyptische jongeren in de aanloop naar, tijdens en na de opstand op het Tahrirplein.
door Carlijn Vis
Documentaire fotograaf Pauline Beugnies (België, 1982) woont en werkt nu ruim drie jaar in Cairo en spreekt Arabisch. Ze was erbij op het Tahrirplein, en ook nu nog volgt ze een aantal Egyptische jongeren in hun dagelijks leven omdat ze ook in beeld wil brengen hoe de revolutie hun leven heeft veranderd. ‘De Egyptische jeugd is een variëteit aan mensen, ze zijn niet allemaal moslimfundamentalisten of dom, arm en lui. Ze zijn moedig. Als ik gedeprimeerd ben, spreek ik met ze af.Hun dapperheid geeft mij positieve energie.’
Wanneer besloot je de jongeren in Egypte te gaan volgen?
‘In november 2010, vlak voor de verkiezingen, raakte ik geïnteresseerd in een groep jonge activisten die verandering wilden. Ze vielen me op omdat ze actief en maatschappelijk geëngageerd waren. In westerse media las ik vooral dat Egyptische jongeren lui zouden zijn en de toekomst niet in eigen hand nemen. Ik wilde graag een ander beeld laten zien. In Alexandrië volgde ik aanhangers van el-Baradei die bezig waren met een petitie voor vrije verkiezingen. Ik vond het dapper dat ze zo de straat op gingen want de politie was op dat moment erg hardhandig. Dit was mijn startpunt en van daaruit ontmoette ik andere activisten en kreeg ik namen van jongeren die ik kon portretteren in Cairo, Mahala, Alexandrië en Suez. Ik volg individuele personen en verschillende groepen, waaronder de Freedom and Justice-beweging.’
Hoe besloot je waar je precies naar toe ging?
‘Ik liet me leiden door de jongeren, zij vertelden me waar ze afspraken. Ik maakte foto’s van hen tijdens de voorbereidingen van de opstand, de bijeenkomsten en het overleg, en natuurlijk de opstand zelf. Ik volgde hen vaak naar het Tahrirplein, maar ik ben bijvoorbeeld ook in een koptisch ziekenhuis en mortuarium geweest, na de gevechten bij Maspero, waar 27 Egyptenaren, vooral Kopten, werden gedood door het leger. Vijftien lichamen lagen daar. Het was zo verontrustend om te zien wat het leger de mensen aandoet. Alle positieve, idealistische ideeën die ik eerst had, verdwenen.’
Wat is het grootste misverstand in de berichtgeving over deze revolutie?
‘Ik wil graag laten zien wat de verscheidenheid van de demonstranten is. De bloggers, de Twitteraars, de jongeren die goed Engels spreken en de vrouwen zonder hoofddoek worden gezien als de hoofdpersonen in deze revolutie. Die zien we continu terug in de media omdat zij aanspreekbaar zijn. De jongeren die ik volg komen voornamelijk uit de lagere of middenklasse, vaak arme families. Het gaat in deze revolutie niet alleen om de upperclass en de goedgeschoolden, het is echt een mix van mensen.’
Wij noemen de revolutie in Egypte een social mediarevolutie. Zien de jongeren het zelf ook zo?
‘Ik geloof niet dat de jongeren in Egypte het ook zo noemen. De rol van Facebook was zeker belangrijk, maar ik denk niet zo groot dat we het een 2.0 revolutie moeten noemen. De meesten die op Tahrir staan, hebben geen smartphone en geen Twitter. Mond-tot-mondreclame brengt hen daar. Natuurlijk heeft Facebook een rol gespeeld om de mensen de straat op te krijgen, maar het was zeker niet het enige. Voor mij is het duidelijk dat de mentaliteit van de mensen het verschil heeft gemaakt.’
Is de rol van een persfotograaf anders in deze revolutie vanwege de rol van social media?
‘Via de social media kunnen de jongeren zich inderdaad zichtbaar uiten, daar hebben ze de pers niet meer voor nodig. Gigi Ibrahim bijvoorbeeld, een bekend Twittermeisje, zegt dat ze haar boodschap zelf kan verspreiden. Het effect van citizen journalism is dus zeker aanwezig, maar leeft vooral bij de upperclass en de hoger opgeleiden met blogs. Maar die groep vormt zeker niet de meerderheid. Wat mij betreft zijn social media en traditionele pers verenigbaar. Het werkt beide kanten op, ik twitter zowel mijn eigen foto’s als die van de demonstranten. En ik communiceer met ze via Facebook. We maken afspraken, zij nodigen me uit voor vergaderingen of ze posten foto’s of video’s van demonstraties op mijn prikbord. Dan staat er ineens een filmpje van het leger die een demonstrant in elkaar slaat op mijn prikbord, zichtbaar voor mijn netwerk. Op die manier gebruiken ze mij ook. Ik ben één van de wegen waarlangs zij hun verhaal kwijt kunnen.’
Hoe is het nu met de jongeren die je volgt?
‘Voor de revolutie hadden de jongeren een hele andere positie in de samenleving dan na de revolutie. Ze waren geen onderdeel van de maatschappij, ze waren volledig imaginair, hadden slechte vooruitzichten, geen kans op een baan, geen kans om te trouwen en geen respect van de rest van de bevolking. Deze revolutie, die door hen is geleid, heeft hun leven veranderd, of op z’n minst hun perspectief en de plek die ze innemen in de samenleving. Er is bijvoorbeeld duidelijk verandering in de perceptie van de ouderen in Egypte. Die hadden voor de revolutie geen respect voor de jongeren, nu wel. Ze zijn trots en zien in dat de opstand nodig was voor het land om verder te komen.’
Gebruiken de jongeren ook alternatieve manieren om hun boodschap over te brengen, zoals kunst, theater en muziek?
‘Zeker, vlak na de revolutie was het erg dynamisch op straat en in de metro ontstond expressie op de muren, dat zag je daarvoor absoluut niet. De mensen hebben echt iets te vertellen en zijn voor het eerst niet meer bang om te vertellen. Dat is heel interessant en ik hoop dat dit proces zich nog verder ontwikkelt.’
Hoe is de stemming in Egypte nu?
‘Er zijn meer aanvaringen en het leger pakt de vreedzame demonstranten hardhandig aan. De economie gaat slecht, de bevolking wil stabiliteit en de jongeren zijn teleurgesteld dat de verandering niet snel genoeg gaat. Maar, de wall of fear is down, ze voelen dat ze meer vrijheid van meningsuiting hebben, mensen praten openlijk over politiek en ze stemmen, dat is een vooruitgang. De jongeren realiseren zich dat het tijd gaat kosten om al hun doelen te bereiken. Inshallah, zeggen ze tegen elkaar, het komt goed. Ik merk ik dat ik het steeds moeilijker vind om afstand te nemen. Ik wil juist nog dichterbij komen, echt binnentreden in hun leven. Dat kan nu, want ik ken ze inmiddels goed genoeg dat ze me toelaten. Time is precious.’
Carlijn Vis is schrijfster. Haar roman Vrij Spel verschijnt in april bij Uitgeverij Contact.




























