
print paginaProfiel theatergezelschap De Koe: In den beginne
Ze noemen zich De Koe, hun logo toont een paard. En dat zegt zowat alles. Dit Vlaamse collectief betracht de oprechtheid waarmee ook dieren op scène staan, maar doet dat met de grootste ironie en meerduidigheid. Alleen, was het na twintig jaar niet allemaal wat bleek geworden? Nu hervindt De Koe zijn kleur in De Wederopbouw van het Westen.
Twee mannen achter een lange tafel. Ze slijpen potloden, in van die zware bureauslijpers met een hengel. Ze hengelen naar het begin van een goed verhaal. Zou dit geen goede openingszin kunnen zijn? Nee, die is beter. Of anders zo? Al snel bediscussiëren beide heren vooral hun discussie zelf. Steeds opnieuw herbeginnen ze. Nergens komen ze op gang. En dan is de voorstelling voorbij. In den beginne, van Peter Van den Eede en Bruno Vanden Broecke naar David Mamets
eenakter Squirrels, is in wezen nooit begonnen.
We schrijven 2001. Theatergezelschap De Koe uit Antwerpen is dan dik tien jaar bezig, en de zalen lopen vol. Want De Koe staat niet alleen voor hoogst toegankelijk, maar vaak ook voor hilarisch theater. De kern ervan is een totaal ontheatrale speelstijl. Opperhoofd Peter Van den Eede vindt dan ook negen op tien theaterproducties vals. ‘Ik geloof ze niet.’ Bij De Koe zelf primeert de hoge eerlijkheid. Als acteren hier al een daad is, dan is het er een van ‘zijn’. De spelers lijken op scène te staan zoals ze op café zitten: harkend tussen de euh’s, elkaar in de rede vallend, in direct oogcontact
met hun publiek. Ze hebben het schijnbaar over niets, kunnen zich volledig verliezen in detaildiscussies. Het zijn kleine mensen als u en ik.
Hypernaturalisme? Dat zou voorbijgaan aan de veeleer postmoderne aard van dit werk. Sinds De gebiologeerden in 1989, een debuut rond twee kwetterende ornithologen op een hooiveld, bouwt het mens- en wereldbeeld van De Koe op de diepe onkenbaarheid van ons universum. Niet alleen de houvast suggererende ‘Grote Verhalen’ zijn dood. Zelfs verhalen op zich krijg je bij De Koe zelden. Je ziet een toestand: naarstig streven figuren naar een begrip van het verband waarin ze samen verzeild zijn geraakt. Steeds echter lopen ze zich onherroepelijk in dat streven vast. Weinig toevallig vertrok Utopie van het atoom in 2006 van Heisenbergs onzekerheidsprincipe. De relativerende inzichten van de kwantumfysica zijn die van De Koe.
Bovendien werkt het collectief vanuit een stevig vormbewustzijn. Wat aan de buitenkant naturalisme lijkt, vertrekt bij Van den Eede van de basisprincipes van de abstracte schilderkunst: ritme, compositie, contrasterende kleuren, het uitvegen van de sporen van je oorspronkelijke inspiraties. ‘Ik ben een groot voorstander van l’art pour l’art. Het wapen van kunstenaars is vorm. En het is de weerbarstigheid van die vorm die inhoud genereert. Die inhoud mag niet herleidbaar zijn, anders maak je een essay of een wetenschappelijk schrift.’
Zo zit de eigenlijke mededeling van In den beginne in de voortdurende twijfel van de vorm, de waaier van open mogelijkheden. Het is de huisfilosofie van De Koe: de weigering – niet alleen spelmatig, maar ook politiek – om iets vast te spijkeren, om iets zo stellig te poneren dat het geen tegenkleur meer toelaat. De filosofie van het open kunstwerk.
Genealogisch is De Koe dan ook een loot van de stam Discordia. Dit theater ontstaat in eigen beheer, vanuit de persoonlijkheid van de speler, in een kaal decor en zonder veel repeteren op de vloer, om zo het ‘hier en nu’ te bewaren. Met Matthias de Koning van Discordia maakte Van den Eede ook zijn beste werk: na de voorstelling Vandeneedevandeschrijvervandekoningdiderot (2001) met Damiaan De Schrijver van Tg Stan volgden nog Onomatopee (2006) en We hebben een/het boek (niet) gelezen (2008). Alleen is De Koe veel minder een repertoiregroep dan Discordia. Het put liever uit films, romans en vooral eigen teksten.
De laatste jaren, echter, was de onvoorspelbaarheid wat voorspelbaar geworden. Relativering ging aanvoelen als willekeurigheid. Gezonde ironie werd al eens stuurloosheid. Het gepalaver een truc.
De kunst van De Koe is dan ook een riskante evenwichtsoefening. ‘Alles draait om de juiste spanning binnen de driehoek tussen je personage, je persoonlijkheid en je publiek’, aldus Van den Eede. ‘Als er alleen maar een personage staat, dan voelt de voorstelling als van karton. Als het alleen maar om persoonlijkheid draait, dan mist er afstand, verbeelding. En als je je de hele tijd laat sturen door je publiek, wordt het behaagziek.’
In 2010, na zijn twintigste verjaardag, koos De Koe voor een zelfverversing. De wisselende wacht van verwante spelers als Bruno Vanden Broecke, Stefaan Van Brabandt, Nico Sturm, Natali Broods en Sien Eggers werd vervangen door een vast trio (Van den Eede, Broods en Willem de Wolf) en een coherente trilogie: De Wederopbouw van het Westen, waarvan elk deel vertrekt van een andere kleur: wit, rood, zwart. De titel en de kleuren waren er eerst, dan pas volgde de rest. Typisch De Koe: een leeg blad, daarop met wat pennentrekken een open structuur, en pas later het gezamenlijkeinkleuren, met ongewis resultaat.
WIT werd van die nieuwe lijn een lentefrisse programmaverklaring: De Koe toonde zich plots zoveel persoonlijker, zoveel wereldbewuster en toch subtieler. Meer knipoog, meer mozaïek. Meer ‘wit’ ook: de kleur van spontaan beginnen, van naïeve onschuld, van nog onbesmette utopieën en oorspronkelijk onderzoek. De Wolf, Van den Eede en Broods thematiseerden dat lentegevoel met kleine getuigenissen over hun jeugd, maar ook met grote symbolen als de Apollo 11. Is het Westen die zuivere toekomstdrang niet kwijtgeraakt?
Het nieuwste deel, ROOD, geeft geen antwoorden, maar suggereert een drukkende sfeer. De koopzucht van Liz Taylor, de onstilbare lust naar buitenkant, het extraverte teveel in wijn, diamant, truffels: alle scènetjes in de voorstelling geuren naar overbloei, naar rood op het randje van rot. Ziedaar het Westen vandaag: één etalage van ongelimiteerde bevrediging en consumptie, van mode, design en film als het leven zelf. De Koe zegt het nergens, De Koe geeft het vorm. En die vorm is weer inhoud geworden. ROOD: De Koe met herwonnen passie en paardenkracht.
Wouter Hillaert is freelance theaterjournalist voor De Standaard en podiumredacteur voor het tijdschrift rekto:verso.
In het kader van de Vlaamse Invasie
18 – 19 okt 2011, 20u30
De Wederopbouw van het Westen / deel 2: ROOD – Theatervoorstellling van De Koe















































