
print paginaInterview met Liesa Van der Aa
IK DOE ALLES OP GEHOOR
Liesa van der Aa is multi-getalenteerd. Als actrice is ze zowel actief in het theater als op de Vlaamse televisie, als componiste werkt ze aan een soundtrack en een opera, maar eerst is er ruimte in haar agenda opgenomen voor de release van haar solodebuut Troops. Die lancering maakt haar onzeker. ‘Ik ben bang voor iets wat definitief is. Het proces erheen vind ik spannend. Daarna is er de twijfel of ik het wel goed heb aangepakt. Ik ben een perfectionist. Ik ga nooit rust vinden, vrees ik.’
door Willem Jongeneelen
Liesa weet precies wat ze niet wil. Ze is streng voor zichzelf, maar ook voor anderen. Ze vindt dat een van haar minder prettige kanten. Ze is 25 jaar en vindt dat al behoorlijk oud. ‘De mensen gaan me niet meer alles vergeven.’ Ze stopte met haar band Louisa’s Daughter en het spelen in Het Zesde Metaal om zich volledig op de muziek te storten die ze solo, met viool en loopstation, vervaardigt. Ze ging voor de productie in zee met Boris Wilsdorf uit Berlijn. ‘Hij is al twintig jaar de rechterhand van Blixa Bargeld en zijn legendarische band Einstürzende Neubauten. Alles wat in mijn hoofd zat, ging klankgewijs die kant op. Hij moest het doen.’
Ze vindt Wilsdorf meer een klankartiest dan een producer. Hij heeft een specifiek geluid. Hard, helder, grof en verfijnd, het zit er allemaal in. ‘Ik zat twee maanden alleen met hem in zijn typisch Berlijnse studio. Allesbehalve chique eigenlijk. Precies zoals de stad waar ik ondertussen verliefd op ben geraakt. Gechoqueerd door de geschiedenis, nu open en lief. Boris is een lief mens. Heel gedienstig. Het was straf om naar hem te kijken, achter die mengtafel met al die knopjes. Dan zit hij soms een uur naar een stukje drums te luisteren. Daar werd ik dan heel zenuwachtig van. Tot hij plots aan knopjes ging draaien en er van alles mee ging doen, zodat er iets heel moois ontstond. Dat was ontroerend om te zien.’ Liesa luistert niet graag naar anderen. Ze bepaalt graag haar eigen weg. Daarom ging ze destijds ook niet naar het conservatorium.
‘Het leek me een harde wereld. Van daaruit kom je in orkestbakken terecht, dacht ik toen. Ik was er ook te chaotisch voor. Na vijftien jaar vioolles met Bach en Mozart ging ik meer luisteren naar Laurie Anderson, Lou Reed en Nick Cave. Ik kreeg zin om de viool anders te gebruiken. Binnenkort ga ik echter opnieuw lessen nemen. Nieuwe input. Ik heb wel het gevoel mijn systeem gevonden te hebben, maar om zo’n opera compositorisch interessant te houden, wil ik mijn techniek blijven onderhouden. Een sporter moet ook blijven trainen.
Mijn plaat vind ik toegankelijk, romantisch zelfs, maar technisch minder complex, minder verfijnd qua compositie. Ik doe alles op het gehoor. In de studio in Berlijn werd ik wild van alle mogelijkheden. Ik had zo tachtig sporen vol. Boris zei me dat ik moest stoppen met creëren. Hij vond mij “industrieel klassiek”. Het geheel is heel dynamisch geworden, bombastisch ook. Ik speelde en zong alles zelf in. Toch hoor je een heel orkest en groot koor, dat even later ook weer weg is. Op het podium zal het anders gaan, anders moeten.’
Willem Jongeneelen is freelance popjournalist voor OOR















































