
print paginaDansen achter een gesloten wand
Choreograaf en danser Tarek Halaby wil de situatie van de Palestijnen zichtbaar maken.
door Pieter T’Jonck
Tarek Halaby, een Amerikaanse choreograaf met Palestijnse roots, heeft iets met identiteit. In het dolkomische duet Love. Death. My life with Ting-Yu. Oh wait, I am you verandert de identiteit van twee personages naargelang de knotsgekke verhaalwendingen. In de solo An attempt to understand my socio-political disposition through artistic research on personal identity in relationship to the Palestinian-Israeli conflict, Part One steekt Halaby subtiel de draak met het beeld dat mensen hebben van Palestijnen. Finally, I am no one, zijn laatste werk, dat tijdens het festival Something Raw in Nederland in première gaat, is grimmiger. Een groot kader, waarop draden zijn gespannen, domineert het podium. Die draden vormen een scherm waarop je filmpjes van gemaskerde mannen ziet. De ene ligt geboeid in een martelkamer. Anderen, met bivakmuts, maken een bom of patrouilleren als soldaat. Je ziet ook een jongeman met een maskertje die rookt en zingt. Alleen hem herken je als Halaby zelf, al neemt hij ook de andere filmrollen waar. Achter de wand danst Halaby zich live de ziel uit het lijf. Slechts als het achtertoneel verlicht is, zie je daar door de draden heen een glimp van. Ook enkele filmflitsen, als van een bewakingscamera, verraden wat hij doet. Maar een uur lang zal je vergeefs wachten om meer te zien.
Wat is voor jou de betekenis van die muur?
Halaby: ‘Oorspronkelijk wilde ik zelfs dansen achter een gesloten wand. Dan kon je mij enkel via bewakingscamera’s zien. Ik wilde daarmee de situatie van de Palestijnen zichtbaar maken. De Israëli’s bouwden een muur rond hun gebied, zodat ze hun ogen kunnen afwenden van wat ze dat volk aandoen. Het probleem bestaat niet als je het niet ziet. Toen ik rondreisde in de streek merkte ik die muur nauwelijks, want met mijn Amerikaanse paspoort had ik overal vrije doortocht. Een toerist merkt gewoon niet dat daar al 61 jaar lang een conflict aan de gang is. Hij onthoudt enkel de nette Israëlische kustplaatsen. Mijn vader is echter geboren in Ramleh. Hij vluchtte destijds naar Jordanië en mag nu nooit meer het land in. Mensen in Ramleh herkennen mij onmiddellijk als Palestijn, en vermoeden meteen wat mijn familie meemaakte. Maar terwijl ik daar kan gaan en staan zoals ik wil, blijven zij wel opgesloten in een netwerk van checkpoints en muren.’
Waarom die films van gemaskerde mensen?
Halaby: ‘Ze vertellen geen verhaal maar evoceren stagnatie, vervelende routines die steeds weerkeren. Onder die verveling schuilt frustratie over het onvermogen om in te grijpen. Al die mensen, in al die rollen, geloven wellicht dat ze goed handelen, maar als ze in een andere positie geboren waren, had hun leven er ongetwijfeld anders uitgezien. Het lijkt soms alsof je niemand bent, en niets kan veranderen. Hoe reageer je daarop? Al wat ik kan, is bewegen. Dus blijf ik bewegen. Ik stop nooit, al val ik neer van uitputting. Je leidt je leven, ongeacht wat er gebeurt. Daarom zet ik ook een muur tussen mij en de kijker. Ik creëer zo een situatie die tot frustratie en woede kan leiden, een uur lang. Die ervaring van de tijd die duurt, wil ik tastbaar maken.’
Finally, I am no one, Nederlandse première op het festival Something Raw: 02.02.10 Rode zaal 21h30
Pieter T’Jonck is ir. architect en theater-, dans- en architec















































