Cookies

Vlaams Cultuurhuis de Brakke Grond maakt gebruik van cookies om uw bezoek zo plezierig mogelijk te maken.

Meer informatie

X

print paginaInterview met Josse De Pauw

De vooraanstaande Vlaamse acteur en theatermaker Josse De Pauw (1952) herneemt Weg, een muziektheatervoorstelling waarin hij als oude man terugblikt op zijn leven. Veertien jaar geleden was et stuk een internationaal succes. “Dat is ook het gevaar van deze herneming. Voor wie Weg indertijd zag, heeft dit stuk soms legendarische proporties aangenomen. Dat is wel beangstigend.
Door Liv Laveyne

Voor Josse De Pauw is het een bijzonder retrospectieve tijd. Ter ere van een carrière van bijna vier decennia in het theater als acteur, regisseur en auteur was er afgelopen seizoen een ‘Josse-maand’ met tal van hernemingen in de Brusselse Koninklijke Vlaamse Schouwburg (KVS) en de Franstalige tegenhanger Théâtre National, waar De Pauw de komende jaren artiest aan huis is. En ook op TAZ, het kunstenfestival in Oostende waar hij in de zomer de centrale gast was, werd de band met zijn verleden nauw aangehaald.

Toch is De Pauw er naar eigen zeggen de mens niet naar om nostalgisch te doen. ‘Ik ben geen nostalgicus. De tijd vervliegt, dat zie ik zo wel aan mezelf. Ik ken het gevoel van weemoed wel, ik word nostalgisch van clichés zoals het kijken naar een zonsondergang. Maar in mijn werk ben ik heel erg iemand van het heden. Ik ben gevormd door Radeis (het woordeloze, anarchistische theatercollectief dat De Pauw in 1974 mede oprichtte, red.). Ik stam uit de generatie van het niet-repertoire, van nieuwe stukken maken. Een generatie misschien ook van veel te veel maken en in korte reeksen spelen.’

De Pauw had het niet verwacht, maar hij vindt het bijzonder prettig om enkele stukken uit de oude doos te hernemen, zoals Weg. De lange houdbaarheidsdatum daarvan heeft volgens hem alles te maken met de cruciale rol van de muziek. ‘Woorden zijn gedateerd vanaf het moment dat je ze schrijft of uitspreekt, muziek is een abstracte aangelegenheid en heeft daar geen last van. Dat zijn noten, punt. Ik herinner me nog de ongedwongenheid waarmee Weg tot stand is gekomen. Ik repeteerde met de muzikanten Peter Vermeersch en Pierre Vervloesem en besefte voor het eerst: ik wil niet dat de muziek ophoudt in dit stuk, we gaan van begin tot einde samen door. Dat was een ongelooflijk gevoel. We waren twee weken voor de première klaar met de voorstelling, waar dat bij mij doorgaans twee weken erna is.’ De Pauw lacht.

Een aanzet tot Weg kwam er indertijd met een festival in de Brusselse Beursschouwburg. ‘Dat had als centrale thema: familie als hoeksteen van de samenleving. Maar alle kunstenaars die gevraagd waren, maakten brandhout van begrippen als familie en gezin. De Beursschouwburg was op zoek naar iemand die die waarden wel kon verdedigen en ik was kennelijk een van die zeldzame gevallen die een gelukkige jeugd heeft gekend. Ik heb er toen een kleine conference opgezet over mijn jeugd, waarin ik het gezin omschreef als een vluchtsimulator waar je nog mag vallen zonder erg.’

In Weg kijkt een oude man terug op zijn leven. Herinneringen en bespiegelingen wisselen elkaar af. De Pauw baseerde zich op zijn jeugd, zijn opgroeien in Asse bij Brussel, maar dikte een en ander wel iets aan. ‘Ik kom uit een gezin van zes kinderen en niet van elf zoals in het stuk wordt vermeld. Ik kan mensen heel gemakkelijk als spelers zien, personages van ze maken. Iedereen maakt namelijk theater van zijn eigen leven. Herinneringen zijn cruciaal, maar per definitie onbetrouwbaar. Hoe gaan we met onze herinneringen om? Hoe komt het dat we sommige dingen zo gemakkelijk vergeten terwijl we andere dingen maar niet kunnen vergeten? In een passage in Weg breng ik een hele reeks uitroepen van mijn tantes en nonkels indertijd. Het vreemde was dat toen ik die oproepen begon op te schrijven, ze er meteen uit gulpten. Het was alsof er een doos met herinneringen openging waarvan ik vergeten was dat ik ze had. Zoiets doet je afvragen hoeveel van dergelijke dozen nog ergens op die zolder in mijn hoofd staan opgeborgen. En of ik die wel wil openen.’

Ook in de hoofden van toeschouwers is de herinnering aan Weg soms een eigen leven gaan leiden. De Pauw: ‘Er zijn mensen die het stuk veertien jaar geleden ook gezien hebben. In hun hoofden is het altijd maar schoner geworden, misschien veel schoner dan het ooit geweest is en zal zijn. Gelukkig zijn de reacties tot nu toe enorm positief. Alleen, het grappige is hoeveel mensen menen dat ik stukken tekst heb weggelaten of bijgevoegd, terwijl ik geen jota heb veranderd! Het is fantastisch, de overtuiging waarmee die discussies gepaard gaan. In die zin is theater ook een motor voor de verbeelding in de hoofden van de toeschouwers.’

De Pauw mag dan geen letter hebben veranderd aan de tekst, maar speelt hij – nu geen 46 maar bijna zestig – niet anders? ‘Ik denk dat ik nog beter weet waarover ik spreek. Ik ben ouder geworden, heb inmiddels een dochter van zeventien. Het enige waarmee ik een beetje verveeld zit, is het gesprek met God dat ik aan het einde voer. God spreekt mij aan met ‘klein stukske stront’. Ik voel nu niet meer de nood om die confrontatie aan te gaan zoals ik toen wel had. Ik herinner me nog dat mijn moeder kwam kijken en achteraf zei: ‘Maar allez Josse, diene mens – want zo noemde ze God – zou dat toch nooit tegen u zeggen: ‘stukske stront!’?’ Enfin, ik heb het toen zo geschreven, dus houd ik het zo. Al zeg ik het nu met een grotere speelsheid, waar het vroeger een welgemeende fuck you was.’

Toen Weg in première ging in 1998 omschreef een recensent de voorstelling als ‘De Pauws generale repetitie van zijn eigen dood’. De Pauw lacht. ‘Ik heb heel vroeg valste tanden moeten laten steken en heb daarover beslist geen schaamte. Ik haal ze in de voorstelling ook uit mijn mond, zing tandeloos een nummer van Petula Clark. Zonder tanden in verouder je heel snel, dat beeld is erg confronterend voor het publiek. Met ouder worden ben je meer met het verleden bezig omdat je beseft dat dat verleden een groot deel vormt van wie je nu bent. Ik stel me ook meer vragen bij de dingen. Zoals: waarom speel ik zo graag? En waarom neem ik dat spelen zo serieus? Ik heb acteren nooit als een vak benaderd, ik speel gewoon doodgraag. Dat spelplezier is heel erg verbonden aan het spelplezier van een kind. Ik was een zware dagdromer, in die mate zelfs dat het mijn omgeving verontrustte omdat ik steeds in de verte zat te staren. Maar daar gebeurde van alles in mijn hoofd. Het spelen is bij mij niet voor de spiegel gebeurd, maar in mijn kop. En het is nog altijd daar dat het gebeurt. Spelen is vrij zijn van angst, vrij van belangen, bijna niet meer weten dat je bestaat en dat is tamelijk fantastisch.’

De Pauw zwijgt even, slikt. ‘Ik ben altijd iemand geweest die gemakkelijk in de beloning voor zichzelf leeft. Ik drink regelmatig stevig door, moest ik het theater niet liever zien dan de drank, dan had ik een probleem. Theater heeft mijn leven bepaald en zal dat altijd blijven doen. Alleen voor het spelen kan ik zoveel offers brengen.’

Liv Laveyne werkt als theaterrecensent voor De Morgen
 

Programma

 Volledig programma

Hou mij op de hoogte

Ja! ik wil nieuws per email en/of per post ontvangen.  Inschrijven