print paginaGeschiedenis (vervolg)

Bijna zes eeuwen geleden verrees op de plek waar nu Vlaams Cultuurhuis de Brakke Grond staat de eerste bebouwing. Tot die tijd was het gebied rond de huidige Nes een aangeslibd stuk moerassig land – ‘nesse’ is Middelnederlands voor een door aanslibbing ontstane landtong. De grond kon tot in de Middeleeuwen voor niet veel meer worden gebruikt dan voor het hoeden van wat ganzen of schapen.

Daar kwam verandering in toen het terrein in 1342 onderdeel ging uitmaken van het Amsterdams grondgebied en er enkele kloosters werden gevestigd, die de drooglegging van het drassige gebied bevorderden. Op de plek waar nu de Brakke Grond staat, verrezen in de veertiende eeuw een vrouwenklooster en een kapel, Sint Margaretha. De zusters brouwden er bier en maakten zelf mosterd, wat ze een grote rijkdom verschafte; ze bezaten panden en grond in de hele stad en ook in Alkmaar, Bodegraven en Utrecht.

Het katholieke klooster werd in 1531 door een hoveling van de Deense koning Christiaan II, die in het klooster logeerde, op het spoor gezet van de leer van Luther. De Beeldenstorm in Vlaanderen, in 1566, dwong de kloosterlingen hun schatten in veiligheid te brengen; tien jaar later moesten ze al hun eigendommen inleveren om bescherming te krijgen van schutters en soldaten tegen het oproer. Al hun bezittingen werden overgedragen aan de stad en om niet van honger om te komen kregen ze een jaarlijkse toelage van de gemeente.
In 1595 werd het klooster door het stadsbestuur verkocht. De katholieke wezen die de zusters er inmiddels hadden ondergebracht, kregen een nieuw onderkomen aan de Nieuwezijds Voorburgwal.

Aan het eind van de zestiende eeuw hadden vele Vlamingen hun toevlucht gezocht tot Amsterdam. Ook in het Sint Margarethaklooster doken tijdens de Tachtigjarige Oorlog Vlaamse vluchtelingen op. Deze Vlaamse vluchtelingen speelden rond 1585 graag rederijkersspelen op een deel van de kerkzolder. De leden hadden er zich verenigd onder de naam ’t Wit Lavendel, die tot 1626 bleef bestaan. Behalve Antwerpse schilders als Gilles van Conincxloo en Jacob de Gheyn sloot ook Joost van den Vondel zich bij ’t Wit Lavendel aan. Op dezelfde kerkzolder was ook nog een andere rederijkerskamer actief, De Egelantier, waar in 1616 bijvoorbeeld Moortje werd vertoond van Bredero (die naast het klooster was geboren). Op de kerkzolder werden aan het begin van de zeventiende eeuw verder anatomielessen gegeven door beroemdheden als Tulp, Coster en Egbertsz. Tot slot werd de zolder gebruikt door een beroemde schermschool, waar de Antwerpse schermgrootmeester Gerard Thibault demonstraties en lessen gaf. Tot zijn schermleerlingen behoorden prins Maurits, prins Frederik Hendrik, koning Lodewijk XIII van Frankrijk, Bredero en nog veel meer prominenten. Op de begane grond van de kerk werd een vleeshal ingericht.

De kerk bleef staan tot 1779 en werd toen afgebroken; daarbij ontstond het Nespleintje zoals we dat nu kennen. Op de plek van de huidige Brakke Grond verrees een herberg met de naam ‘De Bracke Gront’, vernoemd naar het gedeelte van de Nes tussen de huidige Oudezijds Voorburgwal en het Rokin (het gedeelte dat de oever van de Amstel vormde). Vaak werden daar veilingen gehouden, met medewerking van onder anderen Rembrandt van Rijn. Er werden huizen geveild, koffie en thee die werden aangevoerd door de Verenigde Oostindische Compagnie en de Nederlandsche Handel-Maatschappij, en antiek.

Aan het eind van de negentiende eeuw werd het veilinghuis grondig opgeknapt en kwamen er onder andere een mozaïekvloer, marmeren lambrisering en een betere lichtinval. Er werd een eigen drukkerij in het pand gevestigd, die een paar decennialang grote successen boekte. Zo’n twintig goedlopende firma’s vestigden zich in het pand met hun kantoren. Het veilinghuis hield zich vooral bezig met tabak en kunst. Veel werken van grote kunstenaars als Israëls, Bosboom, mesdag en De Lairesse kwamen er onder de hamer.

Rond 1900 werd bijna de hele Nes gedomineerd door kantoren die zich bezighielden met de tabakshandel. De oude dans- en nachtclubs die de straat jarenlang hadden gedomineerd, waren gesloten om ruimte te maken voor de tabak. Deze werd gemonsterd in de Groene Zaal van de Brakke Grond, op de plaats van de huidige expositiezaal. De Rode Zaal werd vooral gebruikt voor de veilingen van specerijen, kina en thee en werd later een theaterzaal.

In 1927 werd het drukkersbedrijf door slechte resultaten weer opgeheven. In die tijd begon de legendarische Pierre H.J. Liebregs het complex te exploiteren als feestgebouw. De thee- en koffieveilingen bleven bestaan, maar ook waren er steeds meer toneel- en muziekvoorstellingen te zien en werden er danslessen gegeven. Liebregs organiseerde vele feestelijkheden, jaarvergaderingen en ‘toneelvoorstellingen met bal na’. Nog altijd worden de zalen van de Brakke Grond nu en dan verhuurd aan mensen die een feest willen organiseren in de ruimte waar hun grootmoeder geregeld kwam dansen.

Maar het was niet alleen maar feest in de Brakke Grond. Rond de Tweede Wereldoorlog moest flink worden bezuinigd op de exploitatie en leed het huis grote verliezen omdat er geen tabak meer kon worden aangevoerd van overzee. En tijdens de oorlog werd de Groene Zaal gevorderd door een Duitsgezinde firma die er geconfisqueerd joods bezit veilde. Intussen werden onder de Rode Zaal zonder hun medeweten overigens onderduikers gehuisvest in primitieve slaapgelegenheden. Het brandstofgebrek was zo nijpend geworden dat exploitant Liebregs zich verplicht zag al het houtwerk van het podium in de Rode Zaal op te stoken.

Pas in 1946 kwam de handel in het veilinghuis, na vijf donkere jaren, weer op gang. Er werd opnieuw thee geveild uit India, Ceylon en Afrika, tabak, tapijten en soms zelfs duiven. In 1954 en 1955 koos de zonderlinge sekte van Lou de Palingboer het gebouw uit voor haar bijeenkomsten. Ook vonden stakende havenwerkers, stratenmakers en tramconducteurs er een plek voor hun onstuimige vergaderingen.

Langzaamaan werden de veilingen minder belangrijk. Tabak en thee verdwenen. Slechts de effectenveiling van incourante fondsen hield het nog even vol. Het gebouw verloor zijn bestemming en ging onder meer onderdak bieden aan het Wierings Weekblad.

Totdat in 1962 het pand door theatermakers werd ontdekt. In 1962 trad de experimentele toneelgroep Studio voor het eerst op in de Brakke Grond. Ook in Vlaanderen kregen deze acteurs veel belangstelling. De sfeer van het fin-de-siècle-theater wisten ze handig te combineren met gedurfde vernieuwingen in spel en techniek. Voortbouwend op de activiteiten van Toneelgroep Studio werd in 1971 de Theaterunie – financieel ondersteund door de gemeente Amsterdam – opgericht, die zich vooral richtte op eigentijds toneel.

Inmiddels bleef ook elders belangstelling bestaan voor het oude complex, dat verloederde: Canadese beleggers, de Theaterschool, de Universiteit van Amsterdam, projectontwikkelaar Sedijko en Het Parool hadden sinds 1972 elk meer of minder concrete plannen voor de Brakke Grond uitgewerkt.

In 1974 vergaderden de ministers van Cultuur van Nederland en Vlaanderen om nieuwe vormen van samenwerking te bestuderen. Een van de voorstellen was dat Vlaanderen in Amsterdam een cultureel centrum zou oprichten, en Nederland hetzelfde zou doen in Brussel. Aanvankelijk werd voor het Vlaamse huis in Nederland gedacht aan een statig grachtenhuis in de Amstelstad, maar dit plan werd opgeborgen toen het Amsterdamse stadsbestuur een voorstel deed om de Brakke Grond te renoveren en de teloorgang van de Nes resoluut te stoppen. De Vlamingen stemden met dat plan in.

De Amsterdamse architect Arthur Staal knapte het hele pand op voor zijn nieuwe bestemming. Op 13 november 1978 werd de eerste funderingspaal geheid en werd een steen met een fragment uit een gedicht van de Antwerpse burgemeester Marnis van Sint Aldegonde onthuld. De tekst onderstreept de verbondenheid van twintig miljoen Nederlandstaligen in Noord en Zuid: ‘Hoe cond ick U mijn broeders oyt vergeten daar wij toch zijn in eenen strock geplant.’

Op 23 mei 1981 werd het Vlaams Cultureel Centrum de Brakke Grond geopend. Daarmee kreeg het stuk grond tussen de Oudezijds Voorburgwal en de nes 575 jaar na de eerste bebouwing een volledig nieuwe bestemming. Maar de geschiedenis is niet verloren; waarschijnlijk zijn nog altijd gedeelten van de oude keldergewelven verborgen onder het Vlaams Cultuurhuis, en in 1991 nog werden tijdens renovatiewerkzaamheden op het Nesplein resten gevonden van de vroegere kloosterkerk Sint Margaretha.

Voor deze tekst is gebruik gemaakt van de tekst ‘Van Brakke Grond tot Vlaams Cultureel Centrum, zes eeuwen geschiedenis van een gebouw aan de Amsterdamse Nes (1406-1992) van Hugo Rau, Willem Elias en Els Stubbe. De volledige tekst is op te vragen bij de Brakke Grond.
 

Programma

mei 2012
ma di wo do vr za zo
  1 2 3 4 5 6
7 8 9 10 11 12 13
14 15 16 17 18 19 20
21 22 23 24 25 26 27
28 29 30 31      

 Volledig programma

Hou mij op de hoogte

Ja! ik wil nieuws per email en/of per post ontvangen.

 Meld mij aan