Abattoir Fermé

The L.A. Play

Wat gebeurt er wanneer de laatste barfly naar buiten is gestrompeld, de gordijnen worden gesloten en de deuren in het slot vallen? The L.A. Play toont het bizarre samenleven van 2 personages in een aftandse achterkamer, ergens in een Hollywood after hours. Een nachtelijk sprookje zonder tekst, zoals Abattoir dat graag tovert.

Vintage Abattoir

Als er één plek is die geldt als inspiratiebodem voor Abattoir Fermé, dan is het wel de vreemdste stad ter wereld: Los Angeles, U.S.A. Waar een eeuw geleden de wonderlijke eerste filmsets verrezen, en vandaag villa’s in de Hollywood Hills als setting voor pornofilms fungeren. Een stad die zich uitstrekt van onbetaalbare winkels op Rodeo Drive over de jetset van Beverly Hills helemaal tot aan de Salton Sea: een gruwelijke plek waar alleen nog achtergebleven oudjes wonen, vlakbij een strand bezaaid met visgraten en dode pelikanen.

Stef Lernous regisseert vaste Abattoir-acteurs Tine Van den Wyngaert en Chiel van Berkel. Huiscomponist Kreng maakte de muziek.

Abattoir Fermé

Abattoir Fermé maakt voorstellingen vanuit een fascinatie voor 'de wereld achter het bekende', voor angsten of fantasieën die de mens normaliter wil rationaliseren of vergeten. Als inspiratiebronnen tref je in het Abattoir steevast mooie en gevaarlijke vrouwen, zonderlinge mannen op zeep-kisten, een crypto-zoölogische santenboetiek en het einde van de wereld. Steeds refereren ze aan ‘verborgen werelden’ of aan angst, verlangen en obsessie. De beeldtaal van Abattoir Fermé is hypervisueel, met een filmische inslag en veel theatrale fantasie. Het gezelschap wisselt tekstloze theaterproducties af met muziektheater, tekstcreaties, dans, monologen, figurentheater of opera. Soms kriebelt het zelfs richting televisie, tentoonstelling, kortfilm of concert.

Pers

★★★★ | Theaterkrant

"De man in The L.A. Play doet zijn dingen zonder blijk te geven van morele overwegingen; Van Berkel speelt dat mooi uit. Dat maakt de voorstelling grappig. In het werk van bijvoorbeeld Alex van Warmerdam werkt dat ook zo." 

Lees de volledige recensie

Regisseur Stef Lernous over BUKO en The L.A. Play

Vorig seizoen was BUKO bij ons te zien, nu weer een stuk over Los Angeles? 
Allebei de voorstellingen gaan over een nogal ongelukkig partnership tussen twee mensen die hun status quo willen breken, maar nooit uit hun hel ontsnappen. Dat belichaamt voor mij Los Angeles. Het is een stad die grote dromen voorhoudt, maar ondertussen met touwtjes en plakband bij mekaar wordt gehouden. Een paradijselijk ogend limbo waar het warm is, je lekker kan eten en je mag zijn wie je bent. Maar ondertussen valt alles er uit mekaar en als je niet een van de happy few bent, is er de drang naar ontsnappen. Zowel in “Buko” als “The L.A. Play” draait het om doen alsof, om relaties die vastzitten, om de droom en nachtmerrie van Hollywood.

Heb je met “The L.A. Play” een theaterstuk of een film gemaakt?

Da’s een goeie vraag!

Ondanks onze soms groteske situaties en surrealistische beelden vind ik al lang dat Abattoir Fermé documentair theater maakt. Ook voor deze twee stukken hebben we beelden, situaties en scènes geput uit reizen naar Los Angeles. Maar los van het realiteitsgehalte kiest “The L.A. Play” natuurlijk bewust voor een filmische ‘feel’. In de beginscène om het publiek in te fluisteren: “het is precies iets uit ne film of van op TV”. En in the final reel om de boel op losse schroeven te zetten. We gebruiken graag de woordenschat van film. Wat ‘buiten het kader’ valt, bestaat niet. Maar om een stuk filmisch te maken, vind ik het ook fijn om theatermiddelen pur sang in te zetten. Dus geen projecties op scène. Ik vind het live-beeld en de projectie steeds zo lastig matchen, de twee texturen vloeken met mekaar.

Ik zou wel nog graag een film maken of een Abattoirstuk verfilmen. ‘Apocalypso, the movie’. ‘Buko’ opgenomen in verschillende bars. ‘A Brief History of Hell’ in een steriele galerijsetting. ‘Colossus’, opgenomen in een oud vervallen ministerie. 

Wat maak je liefst: een stille voorstelling of één met tekst?

Da’s een goeie vraag!

Ik vind het altijd leuker om het ene te maken, terwijl ik met het andere bezig ben. Dat is best frustrerend. Ik denk dat ik bang ben om me te vervelen.

Een stuk maken mét tekst gaat sneller. Ik durf zeggen dat woorden vrij vlot en organisch uit de voorkant van je hoofd komen. Of uit je vingers vloeien. Je komt er al schrijvend achter waar het over gaat. En: met een tekstbrochure is het gemakkelijker om schrijver van regisseur te scheiden.

Een ‘stil stuk’ maken is best lastig. De origines ervan liggen in het ‘onderbrein’. In dromen, op onbewaakte momenten, of door vormen van meditatie. Tijdens het werkproces dringen zich vragen op. Wat het met je tijdsbeleving doet, wat voor grain en textuur in de beelden ontstaan, wanneer iets leeft of niet, … Het uitwerken van stille scènes gebeurt net zoals bij een tekstvoorstelling ‘op de vloer’. Er over nadenken levert alleen de hypothese op. Het eigenlijke werk, werk, werk moet op de vloer gebeuren. En dat werk is nooit onplezierig!  

Interview: Vera Demast.

Credits
Tekst en regieStef Lernous
spelChiel van Berkel & Tine Van den Wyngaert
muziekKreng
Decor- en lichtontwerpStef Lernous & Sven Van Kuijk
TechniekSven Van Kuijk, Thomas Vermaercke
ProductieAbattoir Fermé
In samenwerking metNONA
Met de steun van De Vlaamse Gemeenschap