Bastiaan Vandendriessche

Ode aan Buldegart

 

In ‘Ode aan Buldegart’ beslist theatermaker Bastiaan Vandendriessche te gaan voor wat hij het liefste doet naast leven. Schrijven zonder doel. Met dit absurd sprookje tracht hij het publiek te tonen dat liefde, die zoetzure liefde, misschien wel de essentie zou kunnen zijn waar alles om draait.

/   Ode aan Buldegart   /

Brullejan: “
O Buldegart
gij donderwolk vol levenslust
gij wijf van mijn lijden
gij vrouw van mijn hart
hoe gij het koren van uw schouders stoft terwijl ge uw hoofd wendt
zo guurbruin staren uw knoesten vanuit uw kassen
dat uw tanden aan het rotten zijn
is iets wat ik u al te graag vergeef!
O Buldegart
zo zacht zijde zompig zacht
vlees vol putten
putten vol vlees
al het etter dat uit uw porien komt
en mag komen
met mijn mond half open en mijn tanden van goud
 zuig ik het pus uit uw opperhuiden
uw huiden van leer
ik wil u wassen tot ge verweekt
ik wil u drogen tot ge barst
ik wil u
ik wil u
ik wil u
ik wil
ik
wil
BULDEGART
BULDEGART
BULDEGAAAAAART
BULDEGART
BUUULDEEGAAARRRTTTT
BUUUUULDDEEEEGAAAARRRRTTTTTTTTTTT
en ge weet dat ik alleen maar roepen kan
 omdat ik zo blij ben
 blij
dat gij hier zijt
dat gij hier zijt
dat gij hier zijt
in de buurt bij mij
het wol en warm verlaten
doorheen de dauw de ezelen zadelen
(en ja, ge moogt u vergrijpen aan hun klotenspel)
ik zal wel kijken van tussen de balen
ik zal wel gluren zo achter het gras
zo lang zal ik gluren
zo lang ik glunder
zo lang zal ik me met mijn knoesten aan u vergrijpen
met de oogst mee
van gras tot hooi
van hooi tot stro
sta ik stil
ik sta stil
ik sta stil
en kijk
naar
Buldegart
zo onbegrijpelijk mooi
                                                                                                                                                                           “
Een jong veulen, ontsproten uit de klei van wat ooit West-Vlaanderen was, nedergedaald en verweesd verdwaald geraakt in de de Middeleeuwse stad die nog steeds Gent heet, schrijft tussen werk en leven door, een verhaaltje.
Een verhaaltje waar geen eind aan zou mogen komen.
Maar helaas, aan alle verhaaltjes

Buldegart heette ze.
Brullejan was zijn naam.
Geliefden voor het leven.
Geliefden waarin u zich misschien wel herkent. Of niet.
Wie bent u?
Brullejan?
Buldegart?
Beiden?
of zit u erbij en kijkt u ernaar.

In ‘Ode aan Buldegart’ beslist theatermaker Bastiaan Vandendriessche te gaan voor wat hij het liefste doet naast leven. Schrijven zonder doel. Met dit absurd sprookje tracht hij het publiek te tonen dat liefde, die zoetzure liefde, misschien wel de essentie zou kunnen zijn waar alles om draait.


Over de maker


​Bastiaan Vandendriessche besloot na zijn studies Internationale Politiek dat de fantasie anders scheen dan de realiteit en ging drama studeren aan het Conservatorium van Antwerpen. Met zijn controversiële debutvoorstelling De Fuut sleepte hij de ‘Best International performance’-award in de wacht op Amsterdam Fringe 2017 en trok hij na een speelreeks in België en Nederland met de Engelstalige versie naar Engeland en Schotland (Big in Belgium 2018). ‘A white man’s burden’ mocht hij maken bij Theater Rotterdam (2018) en ‘Mockingbird’ (2019) kende een noodzakelijk éénmalig en (on)afhankelijk bestaan in  De Minard in Gent. Als acteur werkt hij ook voor internationaal theatergezelschap Ontroerend Goed (LIES, Fight Night en Every word was once an animal (2017-2023)) en Jeugdtheatergezelschap Vier Hoog (Wolk (2019-2021)).

Hoewel Vandendriessche zijn eerder werk (De Fuut, A white man’s burden en Mockingbird ) balanceert op de dunne grens tussen realiteit en fictie, stort hij zich samen met het publiek in ‘Ode aan Buldegart‘ te midden een met romantiek overgoten sprookje op zoek naar een eind.