Ahilan Ratnamohan in de Brakke Grond

6 vragen over zijn werk

ahilan2.jpg

Koen Broos

De Sri Lankaans-Australische theatermaker Ahilan Ratnamohan kwam ooit naar Europa om een carrière uit te bouwen als professioneel voetballer, maar die kwam niet voldoende van de grond. Hij gooide het over een andere boeg en opereert nu vanuit Antwerpen als theatermaker en oprichter van het Star Boy Collective. Hij is binnenkort in twee voorstellingen in de Brakke Grond te zien: If there weren't any blacks you'd have to invent them van Aurelie di Marino en zijn eigen voetbal-danscreatie Mercenary, over de talloze arbeidsmigranten die het WK in Qatar mogelijk maken. We spraken hem over beide voorstellingen. 

Wat heb je tot zover gedaan in Nederland? 

Redelijk veel eigenlijk, want ik kwam als 'exchange student' naar Nederland toen ik 19 was. Ik ben een semester aan de UvA gaan studeren, maar wilde eigenlijk bouwen aan een voetbalcarrière. Ik heb bij J.O.S Watergraafsmeer van Europees voetbal kunnen proeven. 

Sinds ik als theatermaker werk, hebben we al een aantal keer in Frascati gespeeld met het Star Boy Collectief, een groep van West-Afrikaanse voetbal-migranten met wie ik al een tijdje werk.  Dat was voor Star Boy Productions en Reverse Colonialism.  We hebben Drill  op Julidans gespeeld en ook in De Nieuwe Vorst in Tilburg. Vorig jaar hebben we ook Reverse Colonialism ook opnieuw bij Festival Afrovibes gespeeld. 


Wat zijn je ervaringen met het Nederlandse publiek? Is er verschil met het Vlaamse? 

De jongens van het Star Boy Collectief hebben een uitdrukking: 1 Nederlander is gelijk aan 10 Belgen wat publiek betreft. Soms durven Nederlanders meer als publiek. Maar wat ik opvallender vond is het verschil tussen een Rotterdams en een Amsterdams publiek. Door Reverse Colonialism in beide steden gespeeld te hebben is me opgevallen dat er een groot verschil tussen zit, en dat is best merkwaardig. 


Je speelt in de Brakke Grond binnenkort in twee voorstellingen, If there weren't any blacks you'd have to invent them en Mercenary. Zijn er bepaalde overeenkomsten tussen deze voorstellingen? En verschillen?

De twee voorstellingen zijn heel verschillend.  Ze werpen allebei een blik op vormen van systemische onderdrukking, maar pakken dat heel anders aan.  'If there...'  vertrekt vanuit de tekst - een heel goeie tekst trouwens - en verdiept zich echt in het thema door het te deconstrueren. Mercenary neemt die onderdrukking veel meer als vertrekpunt en gebruikt een specifieke fysieke taal om iets meer abstracts en ontastbaars naar de oppervlakte te brengen.  


Waarom hebben jullie bij 'If there weren't any blacks' gekozen om te werken met zo'n oud (en mogelijk gedateerd?) filmscript uit 1968?  

Ik herinner me de eerste keer dat ik het script van 'If there' las. Het was een auditie en ik ging redelijk jaloers naar huis. Ik vond het toen zo'n fijn script en had er graag zelf aan willen werken. Voor mij is het dat, full stop. Ik weet dat soms wel over de voorstelling werd gezegd dat we onderzochten of zo'n oud script nog relevant was vandaag de dag, ruim dertig jaar later, maar voor mij was dat eigenlijk nooit de vraag.  Ik vond het gewoon een geniaal script. 


Terug naar je eigen voorstelling: waarom de titel Mercenary
Een mercenary is een huurling/huursoldaat.  Voor mij was deze titel interessant omdat het de de lading dekt van migrantenarbeiders in Qatar en eigenlijk in heel de golfregio. Tegelijkertijd wordt de term meer en meer gebruikt in het voetbal om voetballers te beschrijven die zonder loyaliteit spelen. Dat de titel de connectie en de vergelijking oproept tussen beide soorten 'mercenaries' was voor mij interessant.  In de voetbalwereld wordt de term 'slaaf' wordt ook wel gebruikt om voetballers te beschrijven (wegens contractuele situaties). Maar dat is totaal absurd wanneer je denkt aan het loon dat ze krijgen in vergelijking met migrantenarbeiders.
 

Wat fascineert je zo aan voetbal? 

Ik zou duizenden cliches kunnen opnoemen. Maar ik denk voor mij dat de essentie van mijn fascinatie erin ligt dat ik de wereld in zekere zin gespiegeld zie in voetbal. In de passie van de wedstrijd en met de bijna sekte-achtige voetbalfans borrelt van alles op dat veel blootgeeft over onze maatschappij. Het is als of ik de ware compositie van onze maatschappij via voetbal kan zien.

Daarbovenop vind ik inspiratie in het voetbal voor theater vanwege de paradox. Dat voetbal op alle vlakken heel mooi kan zijn maar ook ontzettend lelijk. 


Hoe combineer je voetbal en dans? 

Ik werk met voetballers in een hedendaagse performancecontext.  Ik vraag de voetballers niet om te dansen, maar om hun voetbalbewegingen in nieuwe patronen uit te voeren, in ongewone combinaties die ze misschien nooit op het veld zouden doen.  Het proces gaat verassend snel met de juiste voetballers, want ze hebben al zo'n uitgebreide bewegingsvocabulaire.  In het begin heb ik dit met een bal gedaan, maar hoe meer we aan het werken waren hoe meer de potentieel van de bewegingen zonder bal duidelijk werd. Ik beschouw het niet zozeer als dans, maar we proberen wel op een nieuwe, idiosyncratische stijl van bewegen uit te komen.


Je voorstelling gaat over de verschrikkingen van de arbeidsmigranten die het WK in Qatar voorbereiden. Is dit WK in bloed gedrenkt? Kun je als land eigenlijk wel met goed fatsoen meedoen? 
Toen ik aan Mercenary begon te maken was ik woedend. Ik wilde de voorstelling gebruiken om een bijdrage te leveren voor een boycot van het WK. Maar hoe meer onderzoek ik deed, hoe meer ik van mening veranderde. Wat ik me besefte was dat de kritiek op de voorbereiding voor het WK in Qatar misschien wel voortkwam uit angst en xenofobie. Waren we als Westen niet gewoon bang waren dat zo'n klein land als Qatar, dat we 20 jaar geleden nauwelijks kenden, zich plotseling zo op de kaart had gezet, en dat met een hoop waarden die verschilden van de onze? Waren we misschien ook jaloers op de directe manier waarop Qatar migrantenarbeiders inzette, terwijl wij zo hard sukkelen met integratie en de menging van culturen en generaties? 

Toen ik voor onderzoek voor de voorstelling naar Qatar, Sri Lanka en Nepal ging werd mij duidelijk hoe naïef mijn aanvankelijke standpunten waren. De slechte arbeids- en leefomstandigheden waren er natuurlijk, maar dat was tegelijk ook overal in Azië te zien. Mijn eigen familie daar slaapt soms ook met 4 mensen op een kamer. Dat was altijd een van de grote bezwaren in de media tegen de situatie in Qatar: dat ze met 8 of 10 op een kamer slapen. 

Ook kwam ik erachter dat de meeste uitbuiting gebeurde via tussenpersonen in het eigen land van de arbeidsmigranten. Qatar liet dit natuurlijk gaan en maakt er gebruik van, maar het werd me gaandeweg duidelijk dat het veel meer over een systeem ging, een systeem van uitbuiting dat eigenlijk globaal is en zich niet alleen beperkt tot Qatar of de golfregio alleen. 

Daarom raakte ik gaandeweg bij het maken van Mercenary ook steeds meer geïnteresseerd in de Aziatische voetballers die hier in Europa zijn. Hoe is het voor ons om in het Westen te zijn, hoe verhoudt onze situatie zich tot die van de migrantenarbeiders in Qatar? We hebben een lichaam en een afkomst gemeenschappelijk; wat zijn de verschillen en de overeenkomsten? 

If there weren't any blacks you'd have to invent them is op 29 en 30 april om 20:30 te zien. 
Meer info

Mercenary is op 7 en 8 mei om 20:30 te zien. 

Meer info