De belofte: Vedran Kopljar

Een artikel over Vlaams talent uit Oogst magazine

Didactische plaat niveau B (ontoereikendheid), 2014, (c) Vedran Kopljar

Oogst vol. 10 is uit, en om dat én onze nieuwe samenwerking met het magazine te vieren is het artikel over Vedran Kopljar, een Vlaamse belofte op het gebied van beeldende kunst, helemaal voor niks hier te lezen. Maar het blijft niet bij dit artikel. Vanaf vandaag plaatsen we elk kwartaal een stuk uit de nieuwste editie. 

Over Oogst

Oogst is een onafhankelijk tijdschrift over beeldende kunst, literatuur en film, gesitueerd in Antwerpen. Ze brengt diepgravende interviews die de kunstenaar als mens tonen, boeiende essays die een persoonlijke invalshoek bieden op kunst en sterke literaire verhalen van gevestigde waarden en opkomend talent. 

De belofte

Een kunstenaar die zich vanuit zijn atelier een weg in het circuit baant. In dit nummer: Vedran Kopljar.

 

Door Jozefien Van Beek
 

Een website heeft hij niet, dus als je werk van Vedran Kopljar wilt zien, moet je naar een tentoonstelling gaan. “Een site zou handig zijn, maar het is zo beredeneerd. Ik heb een zwak voor de organische manier waarop dingen in de kunstwereld ontstaan”, zegt Kopljar. “Zowel contacten als de kunstwerken zelf. Alles wat ik toe nu toe heb gedaan, is toevallig gegroeid. Zo leg je natuurlijk een trager parcours af, maar ik vind het des te mooier.”

            Voor iemand die zijn kunstpraktijk organisch wil laten groeien en goed gedijt op de dwaalwegen van het lot is zijn atelier opvallend strak georganiseerd. Alles netjes in aparte mappen, gesorteerd en gearchiveerd. Zo is er een mysterieuze map met het opschrift ‘Merel’. “Daarin zitten alle briefjes die mijn vriendin en ik voor elkaar in huis achterlaten. Af en toe worden ze onderdeel van mijn werk. Onlangs nog heb ik een briefje gebruikt dat ik voor haar gemaakt had toen ze examens had.”

            Op dat briefje schreef Kopljar: “Je kunt het! (altijd) allerliefste succes!” met eronder een bloemetjestekening. “Ik vind het interessant om zo los om te springen met heel persoonlijke dingen. Dat briefje voor Merel is natuurlijk extreem privé, maar net daarom gebruik ik het: het is ontstaan uit een echt gevoel voor iemand. Zoiets kan ik niet bedenken, maar ik kan het wel recupereren.”

            “Bij bijna elk werk kan ik een persoonlijk verhaal vertellen – al is het niet nodig dat de toeschouwer die achtergrond kent. Nog een voorbeeld: in mijn meest recente tentoonstelling, Polyvalente zaal in het NICC in Antwerpen, was een video te zien van een kip die oneindig lijkt te vallen. Kijk, uit deze mok drink ik koffie als ik in boekhandel Demian* werk. Op een keer had ik een kater en toen ik uit die mok zat te drinken, kregen de kippen die erop getekend staan iets heel fatalistisch: het leek alsof ze aan het vallen waren.”

            Een schijnbaar banaal moment – met een katerkop koffie drinken – maar daaruit kwam een video-installatie voort met een film van een kip die oneindig blijft vallen in het universum. En voor het scherm staat een plank die ernaar kijkt. Onderaan in beeld verschijnt tekst, allerlei opmerkingen en existentiële vragen, zoals: “ik weet niet hoe ik me moet voelen”, of: “waar leef jij voor”, “wat zijn mijn capaciteiten”. “Dat zijn de gedachten van de plank”, zegt Kopljar. “Het idee van de video-installatie was dat je naar de video van de kip kijkt en tegelijk de gedachten kunt lezen van de plank, die ook naar de kip kijkt.”

            Planken duiken wel vaker op in Kopljars werk. “Dat komt voort uit mijn fascinatie voor John McCracken*. Hij werd beschouwd als een foute minimalist omdat hij te esthetisch was, maar ik hou enorm veel van zijn werk. Vooral zijn Plank Works uit de jaren zestig vind ik fantastisch, met titels als Don’t tell me when to stop en Spiffy Move. Die dingen zijn zo perfect afgewerkt. Dat iemand zijn hele carrière lang bezig kan zijn met perfect gepolijste planken, dat is toch fantastisch? Bovendien geloofde hij écht dat die planken levende dingen waren, dat ze een bewustzijn hadden. Nu goed, hij geloofde ook in aliens.”

            McCracken is niet de enige inspiratiebron voor de denkende plank van Kopljar. “Mijn ouders – die van Kroatië naar Hoboken verhuisden toen ik een baby was – hadden een satelliet-tv om Kroatische zenders te kunnen ontvangen, en daardoor kon ik naar Cartoon Network UK kijken. Jarenlang heb ik uren per dag doorgebracht voor het beeldscherm. Ik keek bijvoorbeeld naar Ed, Edd n Eddy*, over een jongetje – een beetje een seut – dat een beste vriend heeft die Plank heet, en dat is – euh – een plank. Hij praat met Plank, maar die plank kan enkel aan hem antwoorden. Als dat nu op tv komt, kan ik nog steeds niet weg zappen.”

            Terug naar het archief. Er is ook een map met de titel ‘Fluwelen Koord’. Dat is een project dat begon als een halve grap: vier beeldende kunstenaars – behalve Kopljar ook nog Ken Verhoeven, Bauke Noppen en Jan Gordts – startten een band. Hun eerste optreden bestond uit één cover, Op de baan van Tedje & de Flikkers, die ze drie keer na elkaar speelden. “Toen we aan het overleggen waren of we het nummer nog een vierde keer zouden spelen, begon mijn vader onze versterkers al terug in de auto te laden. Dat was het officiële begin van Fluwelen Koord. Het was heel slecht, maar ook heel leuk.”

            Nadien werd het serieuzer en begonnen ze eigen nummers te schrijven. “Fluwelen Koord hoort bij onze kunstpraktijk: het is niet louter performance, maar het is ook geen gewone muziekgroep. Voordat we beginnen spelen, zetten we een fluwelen koord tussen ons en het publiek. Heel simpel – gewoon twee vergulde palen en een fluwelen koord – maar het maakt wel het verschil, want het publiek gaat anders kijken. Je schept andere verwachtingen. Je zet er een betekenaar bij waardoor alles omdraait.”

            Iets soortgelijks doet hij in een reeks kunstwerken die gebaseerd zijn op oude didactische platen. “Denk aan een anatomische schoolplaat van pakweg een endeldarm: als je het woord ‘endeldarm’ weglaat, kan het evengoed een werk van Arp* zijn. Zo kwam ik op het idee om die vormen te gebruiken en zelf te kiezen wat ze betekenen, want als je de tekst weglaat, betekent het niks. Een vorm zonder betekenaar. Maar als ik zeg dat het mijn liefdesverdriet is, dan wordt die vorm mijn liefdesverdriet.”

            Dus ging Kopljar vormen verzinnen en daar zijn eigen didactische platen van maken. Een roze vlek wordt ‘ontoereikendheid’, gewoon omdat de kunstenaar ze zo noemt. Of om het met Humpty Dumpty te zeggen: “When I use a word it means just what I choose it to mean.”

VOETNOTEN
 

Demian
 

Antiquariaat Demian is een begrip in de stad Antwerpen. Kopljar werkt er en heeft er op de ½e verdieping – een slinkse verwijzing naar de 7½e verdieping in de film Being John Malkovich – een afdeling met kunstenaarsboeken uitgebouwd.

 

Ed, Edd n Eddy
 

De serie draait om de drie jongens Ed, Edd en Eddy. Samen proberen ze geld te verdienen voor toverballen, en daarvoor bedenken ze de meest uiteenlopende methodes. Die draaien meestal uit op een fiasco.

 

Tedje & de Flikkers
 

“Spanning, opwinding, geilheid op de baan”, zo klinkt het in Op de baan van de Nederlandse punkers Tedje & de Flikkers. Eind jaren zeventig deden ze stof opwaaien met hun explosieve en exhibitionistische performances.

 

Arp
 

Jean Arp – ook bekend als Hans Arp – was een Duits-Franse beeldhouwer, schilder en dichter. Hij was een van de Dada-pioniers.

Credits

Didactische plaat niveau B (ontoereikendheid), 2014, (c) Vedran Kopljar

Dudemangift (Allerliefste), 2017, (c) Vedran Kopljar

Didactische plaat niveau B (bestaan), 2014, (c) Vedran Kopljar

De strijd om meditatieve ruimten, 2017, (foto Merel Schoonen)

Fluwelen Koord, (c) Mark Rietveld