Diversiteit en dekolonisatie centraal in rekto:verso

De Brakke Grond presenteert een actueel artikel uit de nieuwste rekto:verso

De Brakke Grond en rekto:verso zoeken steeds naar één actueel en prikkelend artikel uit het laatste nummer. Dit keer viel de keuze op een rondetafelgesprek dat Ann Overbergh en Wouter Hillaert voerden met Sylvana SimonsAnissa BoujdainiAyse Yigit en Waèl El Allouche over het bestrijden van racisme en uitsluiting. Een longread die aanzet tot denken. 

Strijd is een meervoud

Al lijkt het soms zo, in het debat rond dekolonisering is de hamvraag niet of witte privileges wel bestaan, noch of activisten zich te fel op identiteit focussen. De vraag is hoe racisme effectief te bestrijden, zonder daarbij andere vormen van discriminatie over het hoofd te zien. Wat zijn wenselijke strategieën, binnen en buiten de kunsten? Een gesprek met vier mensen en evenveel visies.

Door: Ann Overberg & Wouter Hillaert 

 

Sylvana Simons is niet alleen uit Amsterdam komen sporen. Voor haar veiligheid moest dat onder begeleiding. Sinds de populaire tv-presentatrice mee op de barricaden sprong tegen Zwarte Piet en nu met BIJ1 een expliciet intersectionele politieke partij oprichtte, lijkt ze ineens het nationale mikpunt van Nederland geworden. Niet alleen op sociale media en in populaire kranten wordt er bijzonder agressief op haar gereageerd, ook in real life moet ze haar voorzorgen nemen. ‘Toch gaat het niet zozeer om mijn persoon’, weet Simons. ‘Ik ben slechts het symbool, de kleiduif waarop geschoten mag worden.’

Het zegt wel alles over de hachelijke arena die de strijd voor gelijke rechten voor mensen van kleur vandaag vormt, tegen witte privileges en uitsluiting tout court. Het dwingt iedereen tot een eigen positiebepaling en persoonlijke omgang met de kwetsuren van racisme, maar de hamvraag voor dit gesprek is veeleer wat er samen kan. Welke aanpak valt er te verkiezen om minstens voor het nageslacht het tij te keren?

De uiteenlopende antwoorden van de drie andere stemmen rond ons tafeltje in het stationsbuffet van Antwerpen-Centraal liggen voor een deel al besloten in hun heel verscheiden bezigheden. Anissa Boujdaini is slam poet, betrokken bij meerdere strijdbewegingen. Ayse Yigit kwam pas op haar zesentwintigste vanuit Turkije naar België, en koos recent om haar inzet voor de Limburgse vrouwenbeweging aan te scherpen met een partijpolitiek engagement bij de bestaande partij PVDA, verwant aan de Nederlandse SP.

Waèl El Allouche ten slotte is beeldend kunstenaar en gelooft veeleer in dubbelzinnige artistieke strategieën. Aan de Rietveldacademie in Amsterdam finaliseerde hij een project rond het boek Black Skin, White Masks van psychiater-filosoof Frantz Fanon, waarbij hij met een reeks stemmen in dialoog ging over de identiteit(en) van Europa – ‘lastige gesprekken, maar verrijkend voor alle partijen’. Als alternatief voor het oppositionele denken organiseerde El Allouche in Amsterdam-West ook driezijdig voetbal: met drie in plaats van twee doelen. ‘Kunst leent zich daartoe: mensen samenbrengen rond iets gemeenschappelijks en een context creëren waarin ze elkaar en de dingen anders bekijken.’

Wat vinden jullie inspirerende voorbeelden van strijd voor verandering?

El Allouche: ‘Sterk vind ik wat Renzo Martens doet, vooral met zijn Institute for Human Activities in Congo. Hij probeert het gebied rond een voormalige Unilever-plantage te gentrificeren door er een kunstkritisch instituut met internationale allure uit te bouwen. Een deel van de opbrengsten komt uit kunstwerkjes die lokale mensen daar maken uit chocolade, en die dan verkocht worden in het Westen. Dat is ontzettend slim: zonder te moeten schreeuwen vertelt hij vanalles, ook over zichzelf als kunstenaar – want controversieel is het natuurlijk wel. Het is choquerend en zelfkritisch werk dat schuurt. Het creëert ongemak en laat zien dat de dingen nooit zwart-wit zijn.’

Demonstratie tegen Zwarte Piet op Beursplein

Kunst die ongemak veroorzaakt om verdoken racisme te ontmaskeren, is dat een beproefde strategie?

Boujdaini: ‘Ik zag dat in elk geval ook bij ‘Zwarte Piet is racisme’. Weinigen weten dat nog, maar dat begon ooit als een kunstproject van Quinsy Gario. Aanvankelijk vond hij weinig weerklank, maar geleidelijk groeide dat uit tot een breed gedragen politiek-maatschappelijke beweging. En wat een controverse heeft hij ermee ontketend! Zelf heb ik ook tijd nodig gehad om in te zien dat hij gelijk heeft. Daar gaat het dan ook om: ben je bereid stil te staan en met open vizier naar de argumenten van een ander te luisteren, én het bijhorende ongemak te omarmen? Ongemak is onderdeel van verandering. En al helemaal binnen deze strijd: je raakt ermee aan de witte wereld, dat roept enorm veel weerstand op.’

Yigit: ‘Maar kunst kan toch ook een bron van troost en verbinding zijn? Twee jaar geleden was ik betrokken bij een initiatief om vluchtelingen te verwelkomen in Houthalen-Helchteren. Het cultuurcentrum gaf ons vrijkaartjes om met hen te gaan kijken naar een voorstelling van Haider Al Timimi, met muziek van sterzangeres Fairuz. Die mensen spraken nog geen woord Nederlands, maar toen plots haar stem weerklonk, begonnen ze allemaal mee te zingen. Betoverend! Mensen hebben zoveel nood aan verbinding. Ik denk ook aan die lange tafel van Hart boven Hard, vorig jaar tijdens de Grote Parade. Daar zag je zo’n grote diversiteit aan mensen en profielen: sommigen waren er voor gendergelijkheid, anderen tegen armoede, tegen racisme of voor een betere behandeling van vluchtelingen. Samen maakten ze een vuist tegen het sociaal-economische beleid in ons land. Dat is ook waar PVDA voor staat en de strijd tegen racisme is daar onlosmakelijk mee verbonden.’

Je gelooft in een politieke strijd tegen racisme binnen een breder sociaal-economisch verhaal?

Yigit: ‘Dat is pas heel recent, eigenlijk was ik niet in de wieg gelegd voor politiek. Toen ik naar België kwam, was mijn enige plan om mijn leven hier uit te bouwen en me toe te leggen op de opvoeding van mijn kinderen. Maar toen heb ik mensen ontmoet die me zin gaven om te bouwen aan een betere samenleving. Daarvoor is zo’n gevestigde partij met een systeemkritische agenda de ideale startbasis. Er is al veel verwezenlijkt: er is een netwerk, een visie, een traject. Ik hoef mijn energie niet te steken in de opstart van iets nieuws, maar kan eigen accenten leggen binnen het project van een sterke bestaande partij.’

Waarom dan een nieuwe politieke partij oprichten, Sylvana?

Simons: ‘Ik vind het verspilde energie om eerst je standpunten te moeten bevechten in zo’n traditionele partij vóór je aan het echte werk kan beginnen. Zij dragen de discriminerende structuren die wij willen bestrijden – racisme, seksisme – ook zelf in zich. De linkse partijen in Nederland zullen het niet graag toegeven, maar ze zijn volledig wit. Tijdens de voorbije Tweede Kamerverkiezingen stond de eerste kandidaat met een migratieachtergrond op de PvdA-lijst op plek 36. Daarmee is toch alles gezegd? Die vrouw zet zich al jaren in voor de sociaal-economische belangen van de PvdA, met extra aandacht voor de specifieke uitdagingen van haar achterban, en dan geven ze haar zo’n ondankbare plaats. Daar ga ik mijn tijd niet aan verliezen. De Belgische partijen ken ik onvoldoende, maar alle gevestigde partijen in Nederland hou ik mee verantwoordelijk voor de sterk toegenomen polarisatie en de groeiende ongelijkheid. Ook ideologisch ben ik het oneens met traditioneel links. Je kunt niet alles herleiden tot een sociaal-economische kwestie. Er moet dringend meer evenwicht komen in de aandacht voor uiteenlopende problemen. BIJ1 wil daarom alle gemarginaliseerde groepen een stem geven en verbinden: ze strijden tegen verwante mechanismen. En sociaal-economische ongelijkheid maakt daar natuurlijk deel van uit, maar staat er niet boven.’

Heeft verbinding als doel op zich afgedaan?

El Allouche: ‘Nee, als kunstenaar probeer ik nog altijd iets te maken waar iedereen zich in kan herkennen. Ook al ben ik Tunesisch en islamitisch opgevoed en kan ik heel kwaad worden over de pijnlijke vooroordelen die soms over mijn afkomst geuit worden, toch zal ik me altijd afvragen wat er nodig is om mensen bij elkaar te brengen. Het gemeenschappelijke staat voorop.’

Boujdaini: ‘Als er verbinding ontstaat, is dat mooi, maar voor mij is het geen doel op zich. De enige verbinding tussen mensen is dat wij allemaal meerdere identiteiten hebben en daarin soms met anderen overlappen. Alleen wil ik niet wakker liggen van mensen die die overlapping niet zien of zelfs het simpele bestaan van een ander niet kunnen erkennen. Ook zelfverklaarde bruggenbouwers vertrouw ik zelden: vaak schuiven ze toch vooral hun eigen agenda naar voren. Te vaak wordt “de dialoog” misbruikt om niets te veranderen. Je kan niet van verbinding spreken zonder concrete acties voor verandering.’

Ervaar je die loze verbindingen ook in de kunsten?

Boujdaini: ‘Ik ken maar een paar mensen die zich binnen zo’n witte kunstinstelling sterk maken voor verandering zonder persoonlijke agenda. Ik heb zo vaak geprobeerd om met witte mensen te praten over de discriminatie van personen met een migratieachtergrond. Ze schieten meteen in het defensief. Je komt nog niet toe aan het benoemen van problemen, laat staan aan een open en constructief gesprek. Dat vreet aan je energie, dus doe ik dat niet meer. Laat mij mijn tijd en liefde maar investeren in wat werkt: projecten voor en door mijn eigen gemeenschap, over thema’s die ons aanbelangen. Dat wil niet zeggen dat je je gemeenschap niet kritisch kan toespreken, maar ik heb het in mijn slams graag over geloof, over de maatschappij, over kwesties die mijn publiek direct aanspreken. Ik wil daar niemand mee uitsluiten, maar ik ga niet meer hengelen naar de appreciatie van een witte meerderheid. Hoe meer we aan de gevestigde structuren laten zien: “kijk, wij bestaan en floreren, we hebben jullie aanvaarding niet nodig”, hoe beter. Zulke initiatieven worden steeds talrijker, denk aan Le Space of Warrior Poets.’

Yigit: ‘Ik snap je frustratie, maar we moeten er ons voor hoeden om van een Arabische of Turkse arbeider het slachtoffer van een witte te maken. Vorig jaar vroor er nog een witte dakloze man dood in Hasselt. Ook voor hem hadden we er moeten zijn. Laten we ons dus niet terugtrekken in een slachtofferrol. Voor je het weet, duw je een hele groep mensen met dezelfde objectieve belangen in de armen van een gevaarlijke identiteitspolitiek.’

Boujdaini: ‘Dat is toch geen rol die ik speel? Als vrouw en moslima met migratieachtergrond bén ik objectief slachtoffer van een discriminerend systeem. Ik wil mezelf dan ook niet langer censureren om mensen gerust te stellen. Ik heb lang over België gesproken in termen van “wij”: “wij hebben dit of dat probleem, wij worstelen met racisme.” Alleen besefte ik op zeker moment dat ik niet samenval met die “wij”, en dat is dus een “zij” geworden. Wat die dakloze man betreft: je wenst het niemand toe om van armoede te sterven, maar het punt blijft: hij had het alvast niét aan zijn huidskleur te danken. Was hij bruin of zwart geweest, dan had hij nog meer ellende gekend en was hij bijna zeker arm geweest door zijn kleur.’

Simons: ‘Onderzoek wijst uit dat Nederlandse bedrijven en overheden liever een witte man mét dan een zwarte man zonder strafblad aannemen. En moslim moet je al helemaal niet zijn! Uiteraard bestaat sociale ongelijkheid ook los van huidskleur, maar een donkere huid zal je nooit dat voetje voor geven dat witte mensen wel hebben. Er zijn tal van voorzieningen en partijen die opkomen voor die dakloze man, en die doen geen moeite om het lot van gekleurde mensen daarin mee te nemen. De SP, die in Nederland zo gedreven werkt rond de klassenstrijd, komt voor de Amsterdamse gemeenteraad op met een lijst die volledig wit en van middelbare leeftijd is. Had ik bij hen ooit één persoon zo passioneel voor het lot van de zwarte man horen pleiten zoals Ayse nu voor die dakloze, zou ik er misschien nog in geloven. Maar ik denk niet dat we het van hen nog moeten verwachten. BIJ1 staat voor een nieuwe generatie, radicaal divers aan de basis. We voeren de klassenstrijd op dezelfde manier als de strijd tegen racisme, seksisme, validisme en andere vormen van onderdrukking, maar we gaan geen witte mannen extra over de bol aaien om ze gerust te stellen.’

Protesten van Black Lives Matter in 2014 in Ferguson ©Reuters

Daarjuist viel de term ‘gevaarlijke identiteitspolitiek’. Steeds vaker hoor je die kritiek: de focus op kleur werkt uitsluitend en dreigt de progressieve strijd te versplinteren.

El Allouche: ‘Ik kan met dat begrip weinig aanvangen. Ik ben kunstenaar, mannelijk, Nederlander, van Tunesische afkomst en moslim. Die identiteiten, en de rollen waarin die zich uiten, veranderen van dag tot dag en afhankelijk van de context. Ik zou niet weten hoe ik aan identiteitspolitiek moet doen.’

Yigit: ‘Inderdaad, ieders identiteit is een amalgaam van overlappende elementen. Zelf ben ik vrouw, Turks, moslima en links, maar ik wil tot geen van die aspecten herleid worden. Bij PVDA wil ik ook wegen op dossiers over werkloosheid of ecologie. Natuurlijk kunnen bepaalde kwetsende ervaringen sommige aspecten van je identiteit aanscherpen. Zo is er een Turkse uitdrukking die zegt: waarin je wordt gekwetst, dat wordt je identiteit. Alleen is het in de huidige toestand van de wereld zinloos om de strijd tegen racisme los te koppelen van zijn socio-economische context. Er is ongelijkheid, armoede, er zijn zoveel problemen. Maar die liggen niet aan de tegenstelling tussen man en vrouw of tussen Belgen en mensen met migratieachtergrond. Er zijn bepaalde machten die alleen maar baat hebben bij dat soort tegenstrijdigheden. Hoe meer we ons onderling tegen elkaar laten opzetten, hoe makkelijker zij ons verder kunnen uitbuiten. Daarom is identiteitspolitiek gevaarlijk.’

Simons: ‘Maar wat is “identiteitspolitiek” eigenlijk? Je hebt in Nederland partijen voor de ondernemer, voor de dieren, voor de boeren, voor de christendemocratie. Hoezo doen zij niet en ik wel aan identiteitspolitiek? Pas sinds nieuwe groepen zich zijn gaan roeren over wat hen aanbelangt, blijkt dat ineens problematisch. Het is tijd voor een generatie die openstaat voor een complexere, intersectionele manier van denken, vanuit echte gelijkwaardigheid.’

Boujdaini: ‘Ja, natuurlijk moeten we elkaars strijd steunen. Ik bedoel helemaal niet dat we tegen elkaar moeten gaan vechten, integendeel. Niemand wil zich achter een bepaalde identiteit verschansen. Wel moeten we goed bepalen wat dat onderdrukkende systeem precies is, en hoe we er ons tegen willen verhouden. Als je een onderdrukte gemeenschap vraagt zich te verbinden met de onderdrukkers, op welke voorwaarden gebeurt dat dan? Bruggen bouw je niet over de ontkenning van onrecht heen. Kunnen we eerst praten over wat ik belangrijk vind, voor er van me wordt verwacht dat ik alles met de mantel der liefde bedek?’

Waarom hebben witte mensen het zo moeilijk om daarover te praten?

Simons: ‘Ze zeggen me wel eens: “Ik zie geen kleur, elke mens is voor mij gelijk.” Hoe aanmatigend! Veel mensen hebben geen idee van de omvang van het probleem. Het kolonialisme en zijn kwalijke uitlopers zijn vierhonderd jaar lang genegeerd, en het zal nog veel moeilijke gesprekken vergen voor we elkaar weer recht in de ogen kunnen kijken.’

El Allouche: ‘Vaak voelt het alsof ik toestemming moet vragen om boos te zijn. Mocht ik racisme systematisch benoemen, zou men mijn woorden uit elkaar plukken tot er niets meer van overbleef. Het is mijn diepe wens om gehoord te worden, maar dan écht. Elke eerlijke dialoog ontbreekt in Nederland, de prioriteiten liggen totaal fout. Is er een coole technische innovatie waar geld mee te verdienen valt, dan is Nederland er als de kippen bij. Maar een gespreksonderwerp dat raakt aan racisme mag nog zo big zijn, echte verandering zie je nooit. Mijn neefjes en nichtjes die nu in Nederland opgroeien, zullen de vruchten niet plukken van het huidige maatschappelijk debat. Ikzelf heb het er voorlopig ook even mee gehad.’

Yigit: ‘Toen ik laatst deelnam aan een vormingsmoment over racisme, sprak de begeleider mij eerst aan: “Kun jij ons vertellen hoe het is om iemand te zijn met een migratieachtergrond, wat is jouw ervaring met racisme?” Daar werd ik zo kwaad over: om daartoe gereduceerd te worden! Pas tijdens de pauze begreep ik dat je mensen soms zaken moet uitleggen die voor jou evident lijken, maar het helemaal niet zijn. Dat vraagt geduld.’

Protesten in Ferguson (c)Reuters
Dus toch clementie voor onze witte onschuld?

Simons: ‘Geduld is broodnodig, maar dat is iets anders dan vrijblijvende vergeving. De dingen moeten wel bloot komen te liggen, anders verandert er niets. Toch zijn het niet enkel gekleurde mensen die recht hebben op heling en empathie. De witte meerderheid is zelf vierhonderd jaar lang weggehouden van de zwartste bladzijden uit zijn geschiedenis. Ze heeft niet leren omgaan met de gevolgen van de kolonisatie, laat staan dat ze die heeft kunnen verwerken. “Ik heb dat niet gedaan”, hoor je dan. Of: “Wij kenden in Drenthe of Gelderland ook armoede.” Als wij van die mensen verwachten dat ze de ogen openen, moeten we er bij stilstaan dat het ook voor hen pijnlijk is. Zo heb ik een erg dierbare vriend, een straatartiest met een enorm hart, die al zijn hele leven elk jaar in de huid van Zwarte Piet is gekropen. Mag ik zomaar voorbij gaan aan de beste bedoelingen waarmee hij dat al die tijd met hart en ziel gedaan heeft vanuit zijn traditie? Hij wist dat ik tegen die figuur gekant ben. Vorig jaar stuurde hij me een foto van zichzelf als roetveegpiet: “Dit is de eerste keer in achtenveertig jaar dat ik niet als Zwarte Piet heb opgetreden.” Als ik die prachtige man te snel had opgegeven, was hij dan nu een roetveegpiet geworden? Dat is de waarde van compassie.’

Wat kunnen witte mensen doen die jullie strijd genegen zijn?

Boujdaini: ‘Vooreerst: wit is geen kwestie van kleur, het is een construct, een attitude. Er zijn heel wat mensen met een witte huidskleur die ik beschouw als deel van mijn gemeenschap. Ten tweede: voor mij mag iedereen zich overal over uitspreken, ik vind enkel dat mensen hun plaats moeten kennen. Natuurlijk kan een man zich uitspreken over vrouwenrechten, maar hij mag niet voor mij gaan staan, enkel naast of achter mij. Ik wil gesluierde vrouwen mijn steun geven, maar ik ga ze hun zicht en stem niet ontnemen. Mijn plaats is achter zo’n vrouw, of als ze me dat toelaat: naast haar. De enige die zich uitspreekt over haar ervaringen en wat zij doormaakt, is zijzelf. Verder verwacht ik van mensen dat ze zich minimaal informeren voor ze een uitgekauwde domme uitspraak doen.’

Simons: ‘Iedereen heeft recht op zijn onwetendheid, zolang hij bereid is bij te leren. Ik struikel soms ook over de juiste voornaamwoorden om over transmensen te spreken. Maar het grootste leerproces – en zeker niet alleen voor “de witte man” – is dat het niet altijd over jou kan gaan. Soms moet het over de rechten van transmensen gaan, soms over islamofobie, dan weer over sociaal-economische ongelijkheid. We moeten plaats leren maken voor elkaar. Het systeem heeft ons jarenlang wijsgemaakt dat onze belangen met elkaar in conflict staan, dat moeten we ontleren. Vooral voor mensen die uit een gemarginaliseerde positie komen, is dat soms lastig. Mijn credo luidt: thuis maak je ruzie, naar buiten toe spreek je uit één mond.’

Moeten witte cultuurinstellingen ook plaats maken voor mensen van kleur? Of komt de verandering van nieuwe circuits?

Boujdaini: ‘Ikzelf ga in elk geval voor mijn eigen project. Als beoordelingscommissies je geen subsidie toekennen omdat er niet genoeg publieksaandacht is voor je initiatief, vraag je dan af: aandacht van wie? Creëer je eigen publiek, daar heb je de witte massa niet voor nodig. Zijn die commissies overwegend wit en zijn de leden van kleur nog niet genoeg op de hoogte van hoe het werkt? Laat ons elkaar dan versterken. Ik geloof daar sterker in dan te proberen om witte instellingen op je eentje van binnenuit te veranderen. Voor je het weet, ben je één geworden met dat systeem.’

Simons: ‘Zodra duidelijk wordt dat die nieuwe circuits succesvol zijn, zullen gevestigde spelers hun graantje willen meepikken, let maar op. Twintig jaar geleden moest ik nog uitleggen wat hiphop en R&B waren, nu zijn ze niet meer weg te denken uit de top 40. Dat staat nu ook te gebeuren met andere groepen die zich in de marge ontwikkelen. Zorg er maar voor dat ze hun rechten kennen, hun zaakjes op orde hebben en niet vatbaar zijn voor appropriatie door machtigere spelers – of dat ze er tenminste goed aan verdienen.’

El Allouche: ‘We mogen toch ook niet vergeten waar de échte macht ligt. De toverwoorden van vandaag zijn technologie, innovatie, sociale media. Dat zijn intelligent vormgegeven systemen, maar wie heeft die vormgegeven? Wie zet die in de markt, wie profiteert van de informatie die wij er met z’n allen op plaatsen?’

De witte man?

El Allouche: ‘Wel, Steve Jobs was eigenlijk van Syrische afkomst.’

Simons: ‘Interessant, toch? Iedereen kent de baas van Apple als een witte man. Maar had hij geen succes gekend, dan was hij als bruine man gestorven. Het gaat niet over de kleur van je huid, maar over sociale constructen.’

Tot slot: wat is er absoluut noodzakelijk om de dingen in beweging te brengen?

El Allouche: ‘Wat we nodig hebben, zijn nieuwe verhalen, nieuwe perspectieven en nieuwe strategieën. Omarm het onbekende.’

Yigit: ‘Ik geloof in de vertelkracht van kunst en cultuur. Maar daarvoor moeten die wel toegankelijk gemaakt worden voor iedereen. En zo kom ik toch weer uit bij het sociaal-economische. Dat, en verbinding.’

Boujdaini: ‘Met die nuance dat echte verandering niet op, maar naast het podium gebeurt. Een kunstenaar kan iets triggeren of aanwakkeren, het echte werk is een ander paar mouwen.’

Simons: ‘We moeten de moed hebben impopulair te zijn. En elk moet voor zich uitmaken wat hij kan doen. Uiteindelijk is het geen kwestie van kiezen tussen van binnenuit werken of je eigen ding doen, het is en-en. En het geluid moet van overal komen: activisme, de kunsten, de politiek, het maatschappelijke veld, de burger. Te beginnen bij het onderwijs, want daar zit de toekomst.’

Het nieuwste nummer van rekto:verso (maart-april-mei) staat volledig in het teken van diversiteit en dekolonisatie. Dit nummer is gratis af te halen bij de Brakke Grond (zolang de voorraad strekt) of online te lezen op de website van rekto:verso.