Geheugentrainer

Wat willen we herinneren?

De tentoonstelling Jan Rosseel: Back-up in de Brakke Grond is de eerste van een drieluik, het eerste moment waarop de visuele werken uit Rosseels onderzoek naar de relatie tussen ons geheugen en de logica van visuele media publiek gedeeld worden. Gastcurator van het drieluik Joram Kraaijeveld interviewt zichzelf als een geheugentraining en reflectie op het geheugen tijdens het werkproces met Rosseel in de aanloop naar de tentoonstelling. Het geheugen van de toekomst staat centraal in het themajaar All Future Memories. Daarmee komt de vraag naar voren wat we van dit moment zouden willen herinneren en hoe we ons geheugen hiervoor kunnen trainen. 

Het artikel werd geschreven in Amsterdam op woensdag 7 december n.a.v. de opening van Jan Rosseel: Back-up in de Brakke Grond.

Auteur: Joram Kraaijeveld

Beeld

  • JF 01 James Foley (2016) uit de serie On the Aesthetics of Violence door Jan Rosseel / Courtesy The Ravestijn Gallery
  • Portet van Jan Rosseel door Imane Elfilali

Wat herinner ik me van de eerste keer dat ik Jan Rosseel sprak?

 

Zoals vaker herinner ik me enkel flarden. Het zijn niet de exacte zinnen van het gesprek, maar wel een aantal van de gespreksonderwerpen. Korte, vluchtige impressies knoop ik aan elkaar om een atmosfeer terug te halen. En vanuit die atmosfeer is het mogelijk enkele details terug te halen. Het was een vriendelijk en open gesprek, in zijn atelier in Schaarbeek, Brussel, dat veel nieuwsgierigheid opwekte door zijn fascinatie voor het geheugen, recente geschiedenis en de manieren waarop beide onder invloed staan van media. Het gesprek gaf toegang tot de manier waarop Jan nadacht over fotografie, over de relatie tussen Hollywoodfilms en de IS-propaganda, over de sfeer in Brussel na de aanslagen en de manier waarop journalisten er ter plekke verslag van leggen. “Ja, dan staan ze daar voor een afgezette straat te vertellen dat ze nog geen nieuws te melden hebben. Dat is onnozel!” En, hij deelde een enkele jeugdherinnering. Eén staat me het meeste bij, over de huisgemaakte port die aan het einde van iedere zomer door zijn ouders werd gemaakt.

 

Hoe denk ik nu, in de laatste fase van de voorbereiding voor de tentoonstelling in de Brakke Grond, over het geheugen?

 

Door de gesprekken met Jan ben ik bewuster gaan nadenken over het geheugen. In de lange aanloop naar de tentoonstelling las ik in dagblad Trouw dat de laatste speurhond die tijdens 9/11 is ingezet om naar menselijke resten te zoeken was overleden. Als ik Jan niet had gesproken over de relatie tussen geschiedenis en geheugen, had ik dit waarschijnlijk nooit opgemerkt. En had ik het me ook nooit kunnen herinneren. Maar nu werd ik dus wel gegrepen door dit relatief onbelangrijke nieuwsfeit, en is het me bij gebleven. Als ik op internet terugzoek op enkele steekwoorden ‘hond’ ‘9/11’ ‘overleden’, kom ik verschillende artikelen tegen van 7 juni 2016 over deze 16-jarige Golden Retriever met de naam Bretagne. Ook is er een merkwaardig videofilmpje beschikbaar dat laat zien hoe Bretagne door een erehaag van leden van de Texas Task Force naar de ingang van de dierenartskliniek loopt, om daar in te slapen. Het fascinerende aan de dood van Bretagne is dat ook de herinnering aan de geur verdwijnt die ze 10 dagen lang over de puinhopen van het WTC heeft opgesnoven. Een geur waar wij als mensen met ons beperkt reukvermogen hoe dan ook geen toegang toe hebben. Dit maakt dat ik me afvraag waar een herinnering uit bestaat, en dat ons geheugen sterk visueel georiënteerd is.

 

Wat zal ik me van de tentoonstelling over een jaar herinneren, als de tentoonstelling al in Museum Dr. Guislain is geweest en in Stroom Den Haag zal openen?

 

Het is lastig te zeggen wat ik me zal gaan herinneren. Een specifieke herinnering op dit moment voor in de toekomst afdwingen gaat moeilijk. Het geheugen heeft haar eigen manier van werken. Bovendien, wie zegt dat de herinnering die ik nu aanmaak niet door de tijd zal veranderen. Mijn herinneringen van de verschillende tentoonstellingen zullen in elkaar smelten en tijd overbruggen alsof kalenders niet bestaan. Daarnaast vraag ik me af of de kunstwerken zelf niet ook een geheugen hebben; verschillende gedachten, ervaringen en geschiedenissen liggen er in opgeslagen. Bijvoorbeeld, het videowerk Foley heb ik langzaam tot stand zien komen, van idee-fase tot serieuze schetsen naar dansrepetities tot de uiteindelijke video. Deze stappen zijn nu al moeilijk van elkaar te scheiden, en dat zal nog lastiger worden over een jaar in mijn herinnering. Wat los van mijn persoonlijke herinnering sterk verbonden zal blijven aan dit werk is de IS-video op YouTube, en daarmee een collectieve gebeurtenis in de geschiedenis van terreur.