Hersenoefeningen

Interview met kunstenaar Jan Rosseel

De Vlaamse kunstenaar Jan Rosseel organiseert gedurende het themajaar All Future Memories een reeks inter-disciplinaire lunchgesprekken over ‘het geheugen van de toekomst’. De inzichten verwerkt hij in de grote solo-expositie Back-up, die opent op 10 december. Rosseel is al jaren gefascineerd door het geheugen.

Auteur: Joke Beeckmans.
Joke Beeckmans is kunstjournalist.

Jan Rosseel's eerste solo-expositie in Nederland, getiteld Back-up, opent in de Brakke Grond op 10 dec 2016 en loopt t/m 29 jan 2017. Meer info vind je hier.

"Ik heb nauwelijks jeugdherinneringen”, zegt Jan Rosseel (Brussel, 1979). Als zijn vier zussen het over vroeger hebben, kan de Vlaamse kunstenaar zich de meeste gebeurtenissen totaal niet meer herinneren. In het onthouden van nutteloze details en data is hij dan wel weer goed. In eten bijvoorbeeld. De voormalige kok kan zich nog complete menu’s van jaren geleden herinneren.

 

De eerste ‘actieve’ herinnering van Rosseel is de executie van Nicolae en Elena Ceausescu in 1989 en die bleek achteraf ook nog eens “verbogen door de tijd”.  Hij was er “jaren lang van overtuigd geweest dat ze aan elkaar vastgebonden met één enkele kogel doodgeschoten waren”. Later ontdekte hij op Youtube dat ze voor een vuurpeloton stonden.

 

De onbetrouwbaarheid van zijn geheugen werd een fascinatie. Bijna al het werk van Rosseel gaat over hoe we gebeurtenissen selectief herinneren, vervormen en vergeten. Om die verstoorde werking te illustreren bouwde hij bij een aantal bekende historische gebeurtenissen met 'echte' en verzonnen fotografie, archiefmateriaal, video en objecten, een nieuw subjectief narratief op.

 

Momenteel werkt Rosseel aan een grote, reizende tentoonstelling over de toekomst van het geheugen, die op 10 december in het kader van het themajaar All Future Memories in de Brakke Grond zal openen. Ter voorbereiding van zijn kunstprojecten doet Rosseel altijd diepgravend onderzoek. Hij neemt graag contact op met journalisten, rechercheurs en wetenschappers. Vorig jaar was hij zelfs de allereerste artist in residence bij het NIAS (Netherlands Institute for Advanced Study in the Humanities and Social Sciences).

 

Tijdens de gezamenlijke lunch op het afgelegen onderzoekscomplex in Wassenaar deelde hij zijn nieuwste artistieke inzichten met steeds andere aanwezige wetenschappers. Het leidde tot zoveel inzichten dat de kunstenaar die interdisciplinaire lunchtraditie nu voortzet op verschillende culturele locaties.

 

De onderzoeksresultaten wil hij gebruiken ter inspiratie voor zijn nieuwe tentoonstelling. Daarin staat nu geen afgebakende historische gebeurtenis centraal, maar onderzoekt hij “algemene stellingen en vragen” over herinneren in de toekomst. “Hersenoefeningen”, moeten het worden.

 

In de tentoonstelling zal Rosseel per locatie een andere passende focus leggen: media in de Brakke Grond, het brein in de Gentse psychiatrie museum Dr Guislain en politiek in Stroom Den Haag.

 

Een belangrijke rol in De Brakke Grond krijgen de nieuwe media, die volgens Rosseel steeds meer “een tsunami aan beelden op ons afsturen". Als er iets ernstig gebeurt, worden foto’s in de hysterie van het moment miljoenen keren gedeeld. Rosseel denkt zo aan de speech van Bin Laden in de grot, de instortende Twin Towers en de verdronken 3-jarige Aylan. Hij dacht telkens dat ze iconische World Press-winnaars zouden worden, maar ze bleken vluchtig. "Ze waren net zo snel weer weg als ze opkwamen." "Instant iconen", noemt Rosseel ze,"naar de instant koffie".

 

De kwaliteit van digitale beelden maakt bewaring ook moeilijk. Bij persbureau Reuters mogen fotografen enkel nog beeld in jpeg aanleveren. Daar zijn volgens Rosseel zeker enkele voordelen aan verbonden. Met het bestandstype kunnen de foto’s minder gemanipuleerd worden en zijn ze eenvoudiger te versturen. Maar groot nadeel is dat ze bij veelvuldig kopiëren en doorsturen steeds minder leesbaar worden.

 

Rosseel is zelf opgeleid als fotograaf en hij richtte zich tot nu toe dan ook vooral op beeld. “Visual storyteller”, noemt hij zichzelf. Maar in de nieuwe tentoon-stelling wil hij ook rond andere zintuigen dan het zicht gaan werken. "In een tijd van veel digitale en dus visuele  informatie, is de geur nog altijd het meest primitieve en sterke zintuig dat we hebben. Baby’s moeten er nog steeds hun ouders mee herkennen.”

 

Rosseel ziet de toekomst van het geheugen ook niet somber in. “We kunnen steeds meer uitbesteden. Feitelijke informatie als telefoonnummers en data kunnen we elders opslaan, nu nog in smartphones, maar straks op implanteerbare chips. Daardoor zal in ons brein veel ruimte ontstaan voor andere functies en misschien ook nog meer creativiteit.”

 

Amsterdam, donderdag 31 maart, n.a.v. Kick-off Lunch for Thought.