Hugo Bergs (C-TAKT) over transdisciplinariteit

Beyond the Black Box | Achtergrond

Hugo Bergs is artistiek coördinator van C-TAKT, een kunstenwerkplaats voor jong en transdisciplinair talent in Belgisch Limburg en organiserend partner van Beyond the Black Box. Hugo heeft veel ervaring met het disciplineoverschrijdende werk dat de verschillende kunstenaars en artiesten tijdens deze driedaagse ontwikkelen en presenteren: “het zijn projecten waar je vaak moeilijk de vinger op kunt leggen.”

C-TAKT is sinds 2017 de naam van de kunstenwerkplaats van C-mine cultuurcentrum in Genk en Dommelhof in Neerpelt. C-TAKT richt zich, behalve op jonge makers, op transdisciplinair werk. Hoe dit zo gekomen is? Hugo: “TAKT Dommelhof werkte via het Europese netwerk In Situ, dat kunst in de publieke ruimte mogelijk maakt, al veel met makers die zich op bijzondere locaties en op ongebruikelijke manieren manifesteren.”
 

Schottenloosheid

Daarbij kwam dat ‘schottenloosheid’ een belangrijk speerpunt werd in het Vlaamse kunstendecreet. “In feite betekende dat begrip van ‘schottenloosheid’ dat er aandacht komen voor makers die zich niet evident binnen de categorieën dans, performance of toneel bevonden. Wij zagen er de mogelijkheid in om de lijn van transdisciplinariteit verder uit te zetten en in onze subsidieaanvraag op te nemen.”

Daarnaast werkten Hugo en zijn collega Eddie Guldolf van C-mine al veel samen met partners die in hun profiel ook een element van transdisciplinariteit hebben, waaronder Musica, Platform 0090, wpZimmer en het Maastrichtse SoAP. Hugo: “Er kwamen drie belangrijke factoren bij elkaar: we konden subsidie aanvragen voor dit type werk, we hadden via In Situ al een historie met kunst in de publieke ruimte én transdisciplinariteit was een verbindende factor tussen ons en onze partners.”
 

Criteria voor transdisciplinariteit

Maar hoe valt transdisciplinaire kunst te vatten? Welke criteria hanteren Hugo en zijn collega Eddie om te bepalen of een bepaalde maker daadwerkelijk transdisciplinair te werk gaat? Hugo: “We hebben daar samen vijf criteria voor vastgesteld om ons te helpen. Die vijf criteria zijn overigens geen harde definitie, ze dienen eerder als houvast.”

“Ten eerste kun je er bij transdisciplinaire kunst niet echt de vinger op leggen waar je precies naar aan het kijken bent. Is het dans? Toneel? Performance? Een kunstinstallatie? Dat is een eerste graadmeter. Ten tweede: wordt de discipline van podiumkunsten overstegen of gaat een kunstenaar daar extreem ver in? Is iets bijvoorbeeld bijna eerder sport dan dans te noemen? Of eerder een haast wetenschappelijke lezing dan een toneelstuk? Dan zit je ook op het juiste spoor.”

“Een derde criterium is dat van samenwerking buiten de podiumkunsten. Gaat een kunstenaar de samenwerking aan met een andere sector, zoals bijvoorbeeld de wetenschap? En dan hebben we het niet over vooronderzoek, maar echte samenwerking, waarbij de andere sector evenzeer betrokken is.” 

“Een vierde criterium dat we hanteren is de praktijk van de kunstenaar, en veranderingen daarin. Zie je bijvoorbeeld dat een theatermaker steeds meer beeldende kunst gaat maken? Dan heb je waarschijnlijk ook met een transdisciplinaire maker te maken. En tenslotte is daar het niet onbelangrijke criterium van het verlaten van het pad van de klassieke theatervoorstelling. Wanneer de maker het publiek bijvoorbeeld tot co-creator maakt, of juist de theaterzaal verlaat en het werk naar het publiek toebrengt op andere locaties.”
 

Voorbeelden van transdisciplinaire kunst

Hugo vervolgt: “Tijdens Beyond the Black Box gaat The Voice of a City van Nada Gambier in première. Er is een expositie, maar ook een performance waarbij het publiek om een grote tafel plaatsneemt. Wat volgt is een gesprek aan tafel, waarbij je als publiek niet goed weet of je met documentaire of fictie te maken hebt. Ook is er aan het eindresultaat een ontzettend lange periode van veldwerk vooraf gegaan. Voor een klassiek programmeur is het neerzetten van iets dat zich zo buiten de gebaande paden begeeft niet evident.”

Een andere bijzondere maker is Karl Van Welden: “Zijn werk is representatief voor transdisciplinaire kunst. Je kunt er bij hem niet de vinger opleggen wat hij nu precies maakt. Is het kunst in de publieke ruimte of een video-installatie? Is het beeldend of juist performatief? Hij werkt op zoveel verschillende terreinen en manieren.”
 

Uit het keurslijf van de theaterzaal

Volgens Hugo is er onder veel makers de behoefte om uit het strakke keurslijf van de theaterzaal te stappen. “De mogelijkheden binnen een schouwburgseizoen zijn erg beperkt, bijvoorbeeld qua ruimte en werkwijzen. Tijdens Beyond the Black Box kunnen we de behoeften van transdisciplinaire makers onder de loep nemen, en we kunnen met verschillende professionals uit het veld kijken hoe we ruimte kunnen maken voor deze praktijken.” 

Tijdens Beyond the Black Box zijn van 7 t/m 9 februari dertien projecten van transdisciplinaire kunstenaars te zien.
Bekijk het programma hier