In gesprek met de imkers van de Brakke Grond

'Imkeren in de stad staat nog steeds in de kinderschoenen'

Koos Koster en Dorinde de Tempe delen een passie voor imkeren. Sinds kort staat het duo in voor het wel en wee van de 60.000 honingbijen die gehuisvest zijn op het dak van de Brakke Grond. ‘Honing is de meerwaarde, maar het gaat ons vooral om de liefde voor bijen.’

interview: Ruben Lambrecht

Wanneer we afspreken in het café van Vlaams cultuurhuis de Brakke Grond, bestel ik een muntthee. De imkers bestellen twee koffie’s. Zwart. Bij mijn thee krijg ik een zakje vloeibare ‘EU-honing’ van een niet nader genoemd merk.

 

Wat is dit voor honing?

 

DD: Het is onduidelijk waar deze ‘EU-honing’ vandaan komt. Dit is gewoon een mengsel van honing uit diverse landen waar al van alles mee gedaan is. Je weet niet of het gepasteuriseerd is of hoe vaak het gezeefd is. Hoe meer je het zeeft, hoe minder kans je hebt op kristallisatie. Dat willen de producenten heel graag met dit soort verpakking.

 

KK: Wat jij daar nu uit dat zakje drukt, is een zooitje bulkhoning dat in één groot vat wordt gegoten. Het moet wel zijn verhit.

 

Dat is een methode die jullie niet toepassen?

 

DD: Nee, bijen doen geen rare dingen met honing. En we gaan het daarom ook niet eindeloos zeven.

 

KK: Vergelijk onze honing met het verhaal van dat ene kleine wijnboertje in Frankrijk. Die heeft nog altijd zelfgemaakte wijn van druiven uit zijn wijngaarden, waar hij al zijn liefde en passie ingestoken heeft. Hetzelfde geldt voor honing. Het grootste verschil met de honing die we met wat geluk op het dak van de Brakke Grond zullen krijgen is dat deze regiogebonden is. Bijen vliegen amper een kilometer of vijf weg voor hun voedsel. Alles binnen die afstand bereikt de bijenkast. Dan krijg je echt een lokale stadshoning. Er wordt niets aan toegevoegd. Het komt rechtstreeks uit de bijenraat.

 

DD: In onze honing zitten veel lokale pollen. En dat is de grote meerwaarde.

 

KK: Ja, het is goed tegen pollenallergie. Het lichaam kan al gewend raken aan pollen en hiertegen de weerstand verhogen. Daardoor krijg je tijdens de explosie van die pollen minder last van hooikoorts. Maar als je hooikoorts hebt voor gras, dan doet het eigenlijk niets. Maar ’t verkoopt wel lekker. (lacht)

 

 

Waarom gedijen bijen zo goed in Amsterdam?

 

DD: De voornaamste reden is dat hier nauwelijks pesticiden gebruikt worden. Pesticiden verzwakken bijenvolken buiten de stad heel erg. Verder zie je ook steeds meer monocultuur buiten de stad. Er valt dus steeds minder te halen voor de bijen. In de stad is nog van alles te vinden! Er bloeit altijd wel wat en er is veel afwisseling.

 

Nog te veel mensen zijn onterecht bang van bijen

 

Er is merkbaar een stijgende interesse voor imkeren. Is dat een verschijnsel dat ook in andere Europese steden terug te vinden is? Of is Amsterdam een uitzonderlijk geval?

 

KK: Nee, het is zeker geen Amsterdams fenomeen en imkeren in de stad staat nog steeds in de kinderschoenen. De bekendheid wordt gewoon wat groter.

 

DD: In Parijs heeft een imker ooit stiekem een kast op de opera gezet, omdat hij niet zo snel een plek vond voor zijn bijen. Hij was verbaast hoe goed het eigenlijk ging. Parijs is al langer pesticidenvrij. Uiteindelijk is de kast er gebleven en is hij al jaren aan het imkeren op de opera. Verder was ik recent nog in Bologna waar ik contact had met lokale imkers die heel graag bijen willen houden op daken in de stad. Maar daar zijn de regels zo streng dat het niet mogelijk is om een kast neer te zetten. Nog te veel mensen zijn onterecht bang van bijen.

 

Wat zijn dan de grootste misvattingen over bijen?

 

DD: Bijen zijn geen wespen!

 

KK: Iedereen weet dat bijen kunnen steken. Dat is het grootste imagoprobleem waarmee ze moeten kampen. En ja, daarom worden ze vaak verward met wespen. Maar de wesp is een vleeseter en bijen halen hun brandstof uit bloemen.

 

DD: Een wesp kan meerdere keren steken en zal dat daardoor ook makkelijker doen. Een bij kan maar één keer steken en zal enkel uit defensie steken.

 

Worden jullie zelf nog regelmatig gestoken?

 

KK: Ja, als je met vuur speelt, verbrand je jezelf wel eens.

 

DD: Ik raak er nog steeds niet aan gewend. Daarom doe ik ook een kap op, omdat ik echt niet wil dat ze in mijn gezicht steken.

 

KK: Ja, als je met zo’n dikke lipt rondloopt…

 

DD: Dat is natuurlijk geen goede reclame! (lacht)

 

 

Zonder bijen geen appels, geen peren, geen tomaten

 

Kunnen jullie nog eens kort schetsen waarom bijen zo belangrijk zijn?

 

DD: Ze doen ontzettend veel bestuivingswerk van ons voedsel. Zonder bijen geen appels, geen peren, geen tomaten. Dat bestuiven gebeurt niet alleen door de bij, maar door alle bestuivende insecten. Verder zijn bijen een belangrijke graadmeter voor ons ecosysteem. Als we te veel pesticiden gebruiken, verdwijnen ze. Zoals in bepaalde gebieden in China, daar heb je nu bijna geen bestuivende insecten meer. Dat zegt gewoon hoe verkloot ’t daar is.

 

Hier in de Brakke Grond gaan jullie samen voor de bijen zorgen. Hoe vaak zullen we jullie op ons dak terugvinden?

 

DD: Dat hangt van een aantal factoren af: van het seizoen, van het weer… Wanneer er meer eten komt, ‘dracht’, gaat het volk ook meer groeien. Dan moeten wij zorgen dat ze voldoende ruimte krijgen. Ook moeten we in de gaten houden of ze het fijn vinden op deze plek. Is er genoeg eten? Hebben ze ergens last van?

 

Dus de kans bestaat dat ze niet kunnen aarden op ons dak?

 

DD: Dat denk ik niet. Ze zijn vrij flexibel. Je ziet vanzelf of ze happy zijn of niet.

 

En zijn ze happy tot nu toe?

 

KK: Het is nog een beetje te vroeg om dat nu al te zeggen. ’t Is er nog wat te koud voor. Maar ze staan mooi.

 

Laatste vraagje, wanneer kan het café stoppen met deze honing-zakjes aan te bieden bij de thee?

 

DD: (lacht) Tja, dat weten we niet! Vorig jaar was een heel slecht jaar. Toen had vrijwel niemand honing.

 

KK: We kunnen nooit garanties leveren.

 

DD: Honing is de meerwaarde. Het gaat ons vooral om de liefde voor bijen. De volken die hier op het dak staan zijn wel echte ‘honinghalers’, dus wat dat betreft heeft de Brakke Grond een streepje voor!