Josse De Pauw over liefde, huwelijk en Japan

The making of 'De sleutel'

Josse De Pauw maakte de voorstelling De sleutel, naar het boek van Tanizaki. Het gaat over de liefde, zoals zo veel boeken. Maar waarom juist dit boek eruit kiezen? Josse De Pauw beantwoordt vragen over de voorstelling, de liefde, het huwelijk en zijn fascinatie voor Japan.

Dat de liefde een bijzonder veelzijdig thema is, bewijzen de ontelbare bibliotheken die er over zijn volgeschreven. Waarom dan precies Tanizaki’s De sleutel eruit kiezen?

DE PAUW:
Dat is een gemakkelijke. Ik heb dertig jaar samen gewoond met de Japanse danseres en choreografe Fumiyo Ikeda. Ze gaf me die roman cadeau bij het begin van onze relatie. Een pittig geschenk, zo bleek. We hebben daar toen vaak over gesproken en het leek wel alsof we twee verschillende boeken hadden gelezen. Je moet weten dat ik op dat moment nog nauwelijks iets afwist van de Japanse cultuur. Ik was er nog nooit geweest. Het decor, de gewoontes, het denken... het was me allemaal nog volkomen vreemd. Maar goed, die uiteenlopende lezingen maakten het wel boeiend. Dat moeten we ooit op scène zetten, zeiden we tegen elkaar. Et voila. Dat ooit heeft weliswaar dertig jaar op zich laten wachten, maar goeie ideeën moeten nu eenmaal wachten op de juiste omstandigheden. Die zijn er nu.

Een pittig geschenk, dat kan je wel zeggen. De sleutel stelt immers zeer ongemakkelijke vragen over het huwelijk. Is er überhaupt nog toekomst voor dat instituut?

DE PAUW:
Ach ja, het huwelijk. Zowel in het Japan van toen, als in het België van nu, hangt er rond het huwelijk gewoontegetrouw een rozige mist. Dat heeft, denk ik, veel te maken met een diep menselijk verlangen naar zuiverheid. De liefde moet koste wat het kost onaantastbaar blijven, onaards haast. Maar als je kijkt hoe het er in de werkelijkheid vaak aan toegaat is er weinig aardser te vinden. Mensen gaan intussen sneller uiteen dan pakweg een halve eeuw geleden, dat heeft onder andere met een grotere financiële onafhankelijkheid te maken, evengoed wordt er nog steeds volop getrouwd. Maar in de voorstelling wil ik het eerder hebben over het verlangen samen te zijn om niet alleen te zijn, om het eens schraal uit te drukken. Dat heeft mijns inziens nog niets aan kracht ingeboet en dat zal ook wel zo blijven, vermoed ik. En onderweg zetten we vallen voor elkaar, werpen we listig obstakels op en houden we een beetje van elkaar. In Tanizaki’s boek speelt ook het leeftijdsverschil een grote rol. Deze voorstelling gaat daarmee evengoed over ouderdom en jeugd. Hij kan haar seksueel niet meer aan en moet allerlei truken bedenken, uiteindelijk blijkt jaloersheid een sterk afrodisiacum te zijn. Hij brengt zijn vrouw in de gelegenheid tot overspel, moedigt haar zelfs aan, maar wil tegelijk niet dat ze er op ingaat. We vinden haar al snel een feeks, maar na zijn dood benadrukt ze dat ze, ondanks het feit dat ze niet bij elkaar pasten, nooit van een ander heeft kunnen houden. In haar komt de spanning van het gefnuikte ideaal het krachtigst naar voren. De idee van zuiverheid staat ons wel vaker in de weg. Waarschijnlijk omdat het noodgedwongen bij een idee zal blijven, omdat zuiverheid in de natuur gewoonweg niet voorkomt. Je moet maar eens door een microscoop kijken naar wat er in zuiver water allemaal rondzwemt.

Hoe zal die fictie er bij jullie uitzien? De roman bestaat uit de dagboeken van een man en een vrouw. Hoe zet je dat op scène?

DE PAUW:
Een tekst hoeft voor mij niet per se dramatisch te zijn in de gebruikelijke zin van het woord. Wat mij betreft kan je alles op scène zetten, zolang je maar niet gebonden bent aan een of andere welbepaalde opgelegde vorm van theater. Ik ben deel van een generatie die zich op dat vlak niet heeft laten beteugelen. De overdracht van een boek naar de scène is dus geen probleem, zoals het wel eens wordt voorgesteld, maar een mogelijkheid. Zoals ik al zei, een idee moet wachten op de juiste omstandigheden en intussen kan het rustig rijpen. Ik vind het heel belangrijk met wie ik welke voorstelling maak. Het zijn de mensen die de vorm mee gaan bepalen. Met Frieda Pittoors wou ik al heel lang weer eens samenwerken. Zij zal de rol van de man vertolken. Dat was een intuïtieve keuze en ze werkt wonderwel. Een ouder wordende man doet doorgaans minder moeite om zijn mannelijkheid te benadrukken, krijgt zelfs vaak iets vrouwelijks. Maar in de roman is hij tegelijk heel erg bezorgd over het verlies van zijn mannelijkheid. Door zichzelf hormonenpreparaten toe de dienen, probeert hij de strijd tussen zijn lichamelijk verval en het intacte libido van zijn vrouw in zijn voordeel te beslechten. Met Frieda in die rol krijgt dat dramatische conflict een heel touchante invulling. Tegelijkertijd verleg ik zo het zwaartepunt van de tegenstelling man/ vrouw naar jeugd/ouderdom. Dat komt me goed uit, want ondanks het feit dat er nogal wat elementen voorhanden zijn, wil ik niet dat het een autobiografische getuigenis wordt (lacht).

Als ik aan Japan en theater denk, komen me kabuki en no voor de geest. Hoe Japans wordt de voorstelling?

DE PAUW: Frieda staat niet alleen op het podium. Dat deelt ze met de danseressen Fumiyo Ikeda en Taka Shamoto, en de percussioniste Kuniko Kato. Met die drie dames kleurt de voorstelling vanzelf Japans. Als ze praten doen ze dat in hun moedertaal. De muzikaliteit van het Japans ondersteunt de geest van het stuk. (Aarzelt.) Bij momenten heb ik wel eens het gevoel dat er iets no-theaterachtigs in de voorstelling zit, maar tegelijk vind ik het gevaarlijk om het stuk daar al te nadrukkelijk mee te verbinden. Er is sprake van een zekere verstilling en er komt een kimono aan te pas... een uitgangspunt was het echter niet. We willen ons hoeden voor de clichés. Kuniko heeft in die geest een uitstekende muzikale keuze gemaakt. Een aantal composities is van de hand van de Japanse componist Akira Miyoshi, een tijdgenoot van Tanizaki. In zijn werk merk je diezelfde kruisbestuiving tussen de Japanse traditie en het westers modernisme. Hij gaat heel bewust om met Japanse clichés en exotismen, soms op een haast komische manier. Ook in het dramaturgisch opzet nemen we de spanning tussen die twee werelden mee. Het dagboek van de man spreek ik zelf in - in het Nederlands wel te verstaan - en mijn stem wordt via luidsprekers in de zaal heel dicht bij het publiek gebracht. Alles wat op de scène gesproken wordt blijft onversterkt en wordt zonodig boventiteld. De afstand wordt op die manier zowel akoestisch als ruimtelijk uitvergroot. Ondanks de verstilling krijgt het stuk daardoor toch vaart. De constante stroom van informatie moet het publiek in een gezamenlijke concentratie zuigen.

Ik kan me goed voorstellen dat er na dertig jaar rijping inderdaad genoeg te vertellen valt.

DE PAUW: Ach, ik moet soms denken aan een verhaaltje van David Foster Wallace dat ik ooit las. Een oudere vis zwemt twee jonge vissen voorbij en zegt: Goeiemorgen, jongens. Hoe is het water vandaag? De twee jonge vissen zwemmen verder tot een van hen zich tot de andere wendt: Wat is water in hemelsnaam? Zijn punt is dat inzicht een moeilijke aan- gelegenheid is, als je er midden in zit. Na dertig jaar is het gewoon tijd om dit te maken. 
 

Wie is Josse De Pauw ook alweer?

Ontdek het hier!

Over De sleutel

Junichiro Tanizaki’s roman De sleutel werd gepubliceerd in 1956. Het verhaal draait rond een wat uitgeblust Japans echtpaar. Een ouder wordende literatuurprofessor voelt zijn lichamelijke krachten tanen, waardoor zijn jongere maar erg traditioneel opgevoede vrouw seksueel onbe- vredigd blijft. Via allerlei listen zet hij een gevaarlijke maar zinnenprikkelende liefdesdriehoek uit tussen hem, zijn echtgenote en de huwelijkskandidaat voor hun dochter. De roman vat tege- lijkertijd ook de spanning die in het Japan van na de Tweede Wereldoorlog was ontstaan tussen de traditionele gedragscodes en meer libertijnse invloeden uit Amerika en Europa. Zo is het voor het echtpaar niet mogelijk rechtuit over hun seksuele verlangens te spreken. Slechts in hun dagboek kunnen man en vrouw hun diepste wensen onder woorden brengen, weliswaar goed wetende dat de andere partij heimelijk meeleest. Op die manier ontspint zich een psychologisch schaduwspel van liefde en lust. Of hoe de waarheid zich slechts laat kennen in het clair-obscur van fatsoen en begeerte.