Lees de speech van minister Jet Bussemaker

Heropening de Brakke Grond 17 april 2015

Minister Jet Bussemaker tijdens de heropening van de Brakke Grond op 17 april 2015

Dames en heren,

Ja, dat lied herkende u vast (bijna) allemaal?
Het mooie ruige, opzwepende lied La port d’ Amsterdam van Jacques Brel...

De publicist Pieter Steinz ging op zoek naar wat ons in Europa verbindt en maakte daarvoor een cultureel DNA. Hij koos een aantal persoonlijke hoogtepunten en deelde die in naar land. Voor onze Lage landen zijn dat onder meer (hoe kan het ook anders) de Vlaamse primitieven, Vermeer, de Grachtengordel, Rubens en Van Gogh. Maar hij koos óók voor Brel. Hij opent zijn boek ‘Made in Europe’ zelfs met een beschrijving hoe deze in Brussel geboren Belg, met een Franstalig liedje op een oorspronkelijk Engelse melodie over een Nederlandse havenstad - vanuit het Parijse Olympia, Europa verovert.

En dan hebben we meteen het brede thema van deze avond te pakken. Want de Brakke Grond neemt bij deze heropening niet alleen de Vlaams-Nederlandse culturele samenwerking bij de kop. Maar ook de vraag hoe we onze artistieke krachten samen kunnen inzetten voor het Europa van de toekomst. Zojuist heb ik, bij wijze van aftrap, een homo ludens-tour mogen maken. Dat was heel inspirerend. Wat een goed idee. En met de ‘homo ludens’ wil ik mijn visie op het thema vanavond ook inleiden.

 

Homo Ludens

Homo ludens is een term van de historicus Johan Huizinga, die aangeeft dat mensen, naast het vermogen om hun rede te gebruiken (homo sapiens) en dingen te maken (homo faber) nóg een eigenschap hadden waarmee ze zich onderscheiden van dieren, namelijk speelsheid en experiment – als basis voor cultuur. Los van direct nut - maar wél essentieel om te ontkomen aan banaliteit en barbarij, zoals Huizinga in 1938 noteert - met het opkomend nazisme als slagschaduw over Europa.

Maar het begrip dankt zijn bekendheid vooral aan de Amsterdamse Provo-beweging uit de jaren zestig, die de homo ludens als mensbeeld hadden geadopteerd. De kern van die beweging bestond uit creatieve kunstenaars, uitvinders en studenten. Uit slimme dwarsdenkers en constructieve neezeggers, die spel inzetten om de bestaande waarden op de schop te nemen, maar ook om creatieve oplossingen te bedenken voor de grote problemen van die tijd - zoals milieuproblematiek en toenemende werkeloosheid. En hun ludieke acties, ideeën en producten schudden het starre denken van toen flink op – soms met blijvende invloed.

De legendarische witkar zien we terug in de elektrische huurauto. Het witte fietsenplan is (zij het tegen betaling) nu gangbaar in vrijwel elke wereldstad.En het utopische kunstwerk Nieuw Babylon van Constant Nieuwenhuis (ook een bekend Cobra-lid) inspireert nog steeds bij het nadenken over een toekomst van minder voltijdse banen en meer vrije tijd.

Provo liet zien wat er kan gebeuren als we die unieke menselijke eigenschappen van Huizinga aanspreken. En, zo luidt mijn stelling, dat is precies wat we ook de komende jaren in de Lage landen en in Europa nodig hebben.

Zo’n toekomst doet de komende jaren een beroep op een aantal typisch menselijke eigenschappen. Creativiteit, menselijk vernuft. Buiten het systeem kunnen denken. Probleemoplossend vermogen. Open staan voor anderen en het andere. Verbeeldingskracht als richtsnoer. En daarin zie ik kunstenaars als lichtend voorbeeld. 

De invloed van technologie

We leven in een tijd waarin de invloed van technologie de komende tijd pas goed duidelijk begint te worden. Wat de stoommachine destijds betekende voor de verbetering van menselijke spierkracht, zal de nieuwe technologie betekenen voor de verbetering van het menselijk denkvermogen. Nu nog is de robot die kinderen naar school brengt nog science fiction. Nu nog is de ingebouwde sensor die ons waarschuwt dat ons voedingspatroon moet veranderen om diabetes te voorkomen, toekomstmuziek. Binnenkort niet meer. De digitalisering en robotica zijn inmiddels zo ver ontwikkeld dat het kan bijdragen aan enorme vooruitgang. Niet alleen economisch. Ook op tal van andere maatschappelijke terreinen. Het milieu. De zorg. Leefbaarheid. Overname van routinematig werk. Dat is nu al zichtbaar. Denk aan 3dprinting van huizen in overstromingsgebieden. Denk aan de aaibare robot die wordt gebruikt bij demente bejaarden in verzorgingstehuizen. Denk aan de kunstarm waarmee iemand die zijn arm is verloren, simpele bewegingen kan uitvoeren. En dat is nog maar het begin.

We leiden onze kinderen op voor een samenleving waarvan we nu nog niet weten hoe die eruit ziet. Wat we wel weten is dat er prachtige kansen liggen. En bedreigingen. Verlies van banen in het middensegment. Vereenzaming. Toenemende ongelijkheid. Gescheiden werelden. 

Het belang van creativiteit

Het is niet toevallig dat bijvoorbeeld ontwerpers maar ook schrijvers en beeldend kunstenaars, in deze tijd steeds opvallender een bijdrage leveren aan het nadenken over maatschappelijke verandering en over complexe problemen. Denk aan architecten als Rem Koolhaas die een deel van zijn mensen direct mee laat denken met maatschappelijke problemen zoals overbevolking. Denk aan de Vlaming David van Reijbrouck die een boek schreef over een nieuwe vorm van democratie op basis van loterijen. Denk aan de Nederlandse ontwerper Daan Roosegaarde die smogstofzuigers ontwikkelt in Peking. Maar denk ook aan een theatergroep als Wunderbaum die met publiek en filosofen toekomstige samenlevingsvormen verkent, door middel van theater.

Het gaat mij er niet om dat kunstenaars met pasklare oplossingen moeten komen om de wereld te verbeteren. Dat zou leiden tot een instrumentale benadering van kunst en cultuur. Daar ben ik geen voorstander van. En dat staat ook haaks op het principe van de homo ludens, waarbij spel los staat van direct economisch nut. Ik wil kunstenaars vooral de ruimte te geven om ons wakker te schudden, ons mee te nemen in hun experimentele gedachten, ons spelenderwijs laten zien hoe je buiten de kaders kunt denken en hoe het is om in de schoenen van een ander te staan.

Videokunstenaar Bill Viola heeft al eens gezegd: ‘Creativity is not the property of artists alone. It’s the basis element of human character, no matter what culture you’re in, no matter where you are on Earth’. En ik vind het hoog dat alle Europeanen de kans krijgen die eigenschappen in zichzelf aan te spreken.

Dat vraagt om een Europa dat ruimte geeft aan kunstenaars om zich te ontwikkelen, om in te spelen op veranderende behoefte van het publiek en om de verbinding met de samenleving maximaal aan te gaan. Om een Europa dat inspeelt op de nieuwe, digitale mogelijkheden ontoegankelijkheid te vergroten. Dat zoveel mogelijk kinderen op jonge leeftijd op school actief en passief laat kennismaken met muziek, literatuur, theater en beeldende kunst. En om een Europa dat de bindende kracht van kunst en cultuur, waar Pieter Steinz het DNA van uittekent in zijn boek, ook werkelijk bindend voor álle Europeanen te laten zijn. Daar zetten we, ieder land vanuit zijn eigen cultuurbeleid, op in.

2015, BesteBuren jaar

En met het Beste Burenjaar ter ere van het 20-jarig verdrag Nederland-Vlaanderen nemen we daar – als Lage landen - vast een voorschot op. 
De culturele uitwisseling tussen onze landen bloeit – denk alleen al aan al die regisseurs, museum- en schouwburgdirecteuren, acteurs en musici met Vlaamse roots die in Nederlands werken, en andersom. Dat de brugfunctie, tussen het culturele veld van beide landen hier in de Brakke Grond nu leidend is gemaakt - onder de scheidend directeur Piet Menu - sluit daar naadloos op aan. En die koers zal de nieuwe directeur Mieke Renders vast en zeker verder uitbouwen. Maar we komen er natuurlijk nooit zonder de kracht, inzet en samenwerking van ú - kunstenaars, makers en instellingen zélf.

En daarom sluit ik af met de vraag: Hoe kunnen wij volgens ú in onze tijd de spelende mens het beste stimuleren?