Max Pinckers en Peter de Krom over documentairefotografie

"Je voelt de visie van de fotograaf"

Max Pinckers en Quinten De Bruynt Mimt and Yo uit de serie Lotus 2011

Twee jonge fotografen die waren geselecteerd voor BredaPhoto vertellen hoe zij het documentaire invullen. Fotografie die de werkelijkheid ‘documenteert’. Het suggereert iets objectiefs, maar is dat terecht? 

Interview door Mirjam van der Linden

Werk van Pinckers en De Krom was van 26.05.11 t/m 17.07.11 te zien in de Brakke Grond als onderdeel van de expositie (Re): TILT. Zie ook: www.maxpinckers.be of www.peterdekrom.com.

Max Pinckers (BE)

‘Het idee dat er een objectieve werkelijkheid is die een fotograaf kan vastleggen, is achterhaald. Beelden zijn een illusie van transparantie. In de film is men daar al langer achter, maar de fotografie heeft een sterkere journalistieke traditie. De eigen blik staat per definitie ver van de realiteit af, dat moet je niet ontkennen. In mijn documentaire aanpak voel je, als het goed is, de visie van de fotograaf. Er is veel langer stilgestaan bij een beeld voordat er is geklikt. Het fotograferen is niet meer zo direct, zo naïef. Ik zet ook allerlei middelen in, van statief tot licht.

In Lotus, een serie over travestieten en transseksuelen in Thailand die ik met Quinten de Bruyn heb gemaakt, weet je nooit of iets is geënsceneerd of niet. De vraag is eigenlijk ook niet meer belangrijk. Er zit bijvoorbeeld een foto bij van dansende travestieten en transseksuelen op een truck. De situatie is echt. Maar als beeld totaal absurd door de fashion-belichting die we erop hebben gezet. Ik zocht naar een zekere theatraliteit in de werkelijkheid. Dat licht benadrukt het excentrieke van deze mensen. Deze subjectieve benadering past in dit geval heel goed bij het onderwerp. Het haalt de essentie ervan naar boven. Travestieten en transseksuelen doen zich anders voor dan ze zijn. Hun werkelijkheid is, net als mijn foto, geconstrueerd. Bovendien staan de meesten heel graag voor de camera, poseerden ze als echte topmodellen.

Bij de combinatie travestieten, transseksuelen en Thailand wordt altijd meteen gedacht aan prostitutie. Het is inderdaad een vak waarin ladyboys vaak terechtkomen, maar ze maken ook deel uit van de “gewone” wereld. Ook dat hebben we willen laten zien, de tegenhanger van het cliché. Daarom zou ik graag willen dat je die foto van het drietal bij de vijver publiceert. De man en de vrouw naast hem gaan binnenkort trouwen. De realiteit is veelzijdig.

Het is de onmogelijkheid tot het vatten van de realiteit die fotografie voor mij zo bijzonder maakt. Fotograferen is onloskoppelbaar verbonden met de realiteit. Maar tegelijkertijd, en dat lijkt paradoxaal, is fotografie ook suggestie, meer nog dan film. Een fotografisch beeld staat stil, is tijdloos. Er is geen begin, midden, eind. Wat er voor en na de foto gebeurde, moet je als kijker zelf invullen.’

Peter de Krom (NL)

‘Vroeger fotografeerde ik alleen ’s nachts. Ik ben dan graag op straat, waar ik geen hond tegenkom en kan kijken wat de natuur doet, de rust. Dat is fantastisch. Als ik ’s ochtends vroeg uit mijn raam kijk, treedt het realisme al in werking: mensen op weg naar hun werk, kinderen die naar school gaan. De nacht, dat is een andere wereld.

Het zoeken naar “het andere” is voor mij belangrijk gebleven, ook in de journalistieke reportages en portretten die ik voor NRC Next maak. Iedereen heeft zijn eigen visie op hoe de werkelijkheid eruit ziet. Het leuke aan fotografie is dat je die persoonlijke fascinatie kunt vertalen naar beeld. Ik zoek de kleine onderwerpen, het grappige, het ironische, het burgerlijke. Het allernormaalste is eigenlijk het allervreemdste. Als je goed kijkt, zie je dat

In mijn geboortedorp Hoek van Holland bijvoorbeeld vinden soms radicale transformaties van grote oppervlakten in de openbare ruimte plaats. Als radio 100% NL een strandfeest organiseert, zijn de duinen bezaaid met picknickers die zo gratis meegenieten. Als’s nachts een bijzonder goederentransport vanuit de haven door de straten rijdt, zit iedereen met een blikje bier op zijn stoep te kijken.

De werkelijkheid kan zelfs behoorlijk op tilt slaan. Neem The War and Peace Show, een vijfdaagse manifestatie in het Engelse Beltring waar de Tweede Oorlog wordt herleefd. Ik ben opgegroeid tussen de bunkers en geïnteresseerd in de strategische kant van oorlogsvoering. Maar Beltring raakt een grens. Hier is de educatieve doelstelling – leren over het vroegere leven van soldaten – omgeslagen in een pretpark, een kermis. Duizenden bezoekers bekijken de deelnemers onder wie vooral het Duitse uniform populair is; de Duitse oorlogsmacht heeft zich altijd als heel stoer en onoverwinnelijk geprofileerd, kennelijk werkt die propaganda nog steeds. Kinderen gaan in een loopgraaf op de foto, achter een Rambo-achtig machinegeweer. In deze omgeving veroorzaakte mijn opzichtige, professionele camera zichtbaar spanning. Hier kreeg de werkelijkheid, die hobby, iets raars, dat wist die “soldaat” naast dat kind ook.

Ik laat beelden overigens voor wat ze zijn. Ik zoom niet in, fotografeer ook liever in grootbeeld en met een groothoeklens. Ik wil zoveel mogelijk in één plaatje krijgen, ook de niet-relevante dingen. Robert Capa stelde dat een slechte foto gewoon niet dichtbij genoeg was genomen. Maar ik houd juist van veel context. Dat is toch iets objectiever. Er is meer te zien, de kijker moet meer zelf kijken.’