Piet Arfeuille en Nathalie Teirlinck over 'Beginners'

Theater meets cinema

Een broeierige sfeer. De krater van een opengereten ziel. Wachten op lava. De personages in de korte verhalen van de Amerikaanse schrijver Raymond Carver (1938-1988) zien de problemen op zich afkomen. Hun enige uitwijkmogelijkheid is een vluchtheuvel van valse hoop en woorden die ertoe lijken te doen. Theaterregisseur Piet Arfeuille en cineaste Nathalie Teirlinck verweefden enkele verhalen van Carver met hun theatrale en visuele verbeeldingskracht tot een nieuwe tekst en een filmische theaterproductie.

Nathalie: Och. Dat grote verlangen van de mens naar verandering en tegelijkertijd de moeilijkheid om van dat verlangen echt werk te maken. De angst om niet alles uit het leven te kunnen putten wat er in zit.

Piet: De verbeelding die je nodig hebt om verandering aan te brengen. Hoe dan? Wat dan? De angst om te verliezen wat je hebt. De mokerslag van het besef: ‘Ik heb gemorst met mijn tijd.’
 

Zijn dat voor jullie de grote thema’s in het stuk?

Piet: De personages van Carver worden vaak beschouwd als ‘mensen aan de zelfkant’. Ik verzet me tegen die vaak gehoorde uitlating. Alsof hun probleem niet het onze is. Het probleem van verandering is iets waar we allemaal en ten allen tijde mee worstelen. Het is een existentieel gegeven. Als ik naar mijn leven of dat van mijn vrienden kijk, zie ik ook hoe moeilijk het is om vastgeroeste patronen af te bouwen en nieuwe richtingen te kiezen.

Nathalie: Soms hoor je lezers van Carver zeggen: ‘Wat een cynisme, wat een levensmoeheid.’

Piet: Het zegt meer iets over de tonaliteit van Carver. Maar niet over de karakters.


Hoe ontstond Beginners?

Piet: We benoemden enkele verhalen die voor ons een grote dramatische kracht hadden. Het verhaal ‘Zoveel water, zo dicht bij huis’ van een man die tijdens een weekendje vissen met een lijk geconfronteerd wordt en vooral met de reacties van zijn vrouw bij z’n thuiskomst, was het eerste kortverhaal waarvan we zeker wisten dat we er iets mee wilden doen. Zowel Nathalie als ik hebben dialogen geschreven, voortbordurend op personages uit verschillende kortverhalen. We hebben beelden uitgewisseld. 

Nathalie: We hebben de existentiële vragen bewust bij verschillende generaties neergelegd. Als kind droom je van Het Leven dat ineens in alle openbaarheid voor je verschijnt. Als een doek dat opengaat. Bij Carver blijkt het doek al lang open te zijn, het schouwtoneel begonnen, en hebben de personages dat nauwelijks bewust meegemaakt. Zo lijkt het althans.

Beginners is op 22 & 23 mei 2019 te zien in onze Grote zaal

Meer info & tickets

Carver werd beschouwd als de Amerikaanse 20ste eeuwse Tsjechov. Wat betekent hij voor jullie in deze tijd?

Nathalie: In een tijd als nu, waarin er duizenden manieren zijn om je eigen leven te leiden, ligt onzekerheid erg op de loer en worstelen we des te meer met vragen over hoe een zo vervuld mogelijk leven te leiden en wat het dan wel betekent om ‘een goed mens’ te zijn.

Piet: Voor zowel Tsjechov als Carver geldt de term ‘actueel’ niet. Ze zijn universeel. Hun verhalen en schetsen van de mens overstijgen iedere tijd en ruimte. Zij boren diep in de vraag wat het betekent mens te zijn en hoe te leven.

Nathalie: De grote kracht van Carver is zijn resolute weigering van een verlossing of resolutie. De wonde is opengetrokken,de catharsis en transformatie blijven uit. Dat maakt zijn werk zo realistisch. Net op het moment dat er een inzicht neigt te komen, schrijft Carver een zin als ‘and then they reached for a sigaret’. Zo gebeurt het vaak in het echte leven. Wij zijn geen superhelden die als we onze fouten ontdekken van de ene op de andere seconde ook nog iets positiefs met dat besef kunnen doen.

Piet: De mens is niet in staat om voortdurend klaarwakker te zijn, alles te begrijpen en er consequenties aan te verbinden. We mankeren het overzicht te midden van onze eigen geschiedenis en dat gebrek aan overzicht proberen we vaak te dichten met een roes, een verzonkenheid die de personages van Carver kenmerkt.

Nathalie: Ik beschouw de voorstelling ook vormelijk als een roes. We hebben ervoor gekozen om te werken op een associatieve manier. Zowel de beelden, muziek als dialogen, zitten als een complexe puzzel in elkaar. Het is een soort droomstructuur. Geluiden en beelden roepen connotaties op en gaan dan weer over in andere situaties. Flarden van levens en fantasieën en terloopse gedachten.


En toch vertellen jullie geen deprimerend verhaal: ‘De tekst heeft een ogenschijnlijke directheid. Maar onder al die verhalen en situaties zit een grote onrust.’

Nathalie: Hoe meer je de oppervlakte zichtbaar maakt, hoe meer je suggereert dat er nog iets veel diepers onder zit. Daar zit voor mij het broeierige. We zitten de hele tijd aan de oppervlakte te krabben en te woelen, en zo krijg je af en toe de ondergrondse lava te zien. En die banaliteit geeft ook de lichtheid…

Piet: De humor ligt in deze voorstelling de hele tijd op de loer.

Nathalie: Er zit een zeer grote portie menselijk onvermogen in dit stuk. En in menselijk onvermogen zit nu eenmaal heel veel humor.