Speech Geert Bourgeois

Minister-president van Vlaanderen spreekt in de Brakke Grond

Tijdens het Staatsbezoek in de Brakke Grond sprak de minister-president van Vlaanderen, Geert Bourgeois, tot de zaal. Hieronder volgt zijn speech:

 

'Majesteiten, excellenties, dames en heren,

‘Hoe cond ick U, mijn broeders, oyt vergeten, daar wij toch zijn in eenen stronck geplant?’. Die zin staat gegrift op een gedenksteen die bij de opening van het Vlaams Cultuurhuis De Brakke Grond, in 1981 werd onthuld. De tekst komt uit een gedicht van Marnix van Sint-Aldegonde, een van de mogelijke tekstschrijvers van het Nederlands volkslied dat ook veel Vlamingen kunnen meezingen, het Wilhelmus. Marnix was ook de laatste burgemeester van Antwerpen, voor die stad in 1585 door de Spaanse legers werd veroverd. Een verovering die meteen de scheiding van de Nederlanden betekende en die voor ons, in het Zuiden, het begin was van eeuwen van economische en culturele teleurgang. Een proces dat ei zo na leidde tot de uitroeiing van de Nederlandse taal en cultuur in wat nu België heet – overigens, wat velen niet meer weten, een begrip dat is afgeleid van de Latijnse benaming voor de Nederlanden.

Marnix van Sint-Aldegonde onderstreepte in zijn klaagzang de bedreigde politieke en culturele eenheid van de Lage Landen. Aan die taalkundige eenheid en culturele verwantschap is Vlaanderen nog altijd bijzonder sterk gehecht. Het bestaan zelf van dit Vlaams Cultuurhuis, met zijn autonome artistieke koers, als stichting naar Nederlands model, is daar een stevig voorbeeld van. De Brakke Grond kan in alle openheid en transparantie aan de culturele kruisbestuiving tussen Vlaanderen en Nederland werken. Maar evenzo staat dit cultuurhuis, en staat Vlaanderen in zijn geheel, open voor andere taal- en cultuurgebieden. Het is dan ook met enthousiasme dat ik de samenwerking, in het kader van dit staatsbezoek, met de Franse en met de Duitstalige Gemeenschap van België begroet. Zoals ik ook hartelijk de vertegenwoordigers van de andere deelstaten van België verwelkom.

Vlaanderen hecht niet alleen aan een nauwe culturele samenwerking met Nederland. Op basis van onze gedeelde ligging aan de Noordzee, aan de monding van de Grote Rivieren, geprangd tussen de Angelsaksische en de Duitse wereld en tussen Scandinavië en Latijns Europa, zoeken wij ook in toenemende mate samenwerking op economisch en op innovatief gebied. Op 7 november vond in Gent, met een apotheose in de zaal waar in 1576 de Pacificatie van Gent werd ondertekend, een derde Vlaams-Nederlandse topontmoeting plaats. Vertegenwoordigers van de Nederlandse en van de Vlaamse regering praatten er uitgebreid over lopende dossiers van gemeenschappelijk belang, en waren er getuige van het afsluiten van een reeks akkoorden inzake nauwe samenwerking op het vlak van de high tech-innovatie en de circulaire economie. Samen met mijn ambtgenoot Mark Rutte was ik er ook getuige van de ondertekening van de intentieverklaring van de havens van Gent en van Zeeland Seaports om te fuseren tot één, grensoverschrijdend havenschap – op die schaal een unicum in Europa. Wat mij die dag in Gent vooral trof, was de hartelijkheid van de relaties en het optimisme over de verdere nauwe samenwerking. Een stevig fundament voor de toekomst.

Majesteit, excellenties, dames en heren, in die geest is het is mij een waar genoegen om u uit te nodigen op de voorstelling van “La Maison Vague”, en ik geef graag het woord aan de makers en de vertolkers van dit stuk.' 

Ook directeur van de de Brakke Grond Mieke Renders sprak tijdens de bijeenkomst. Lees hier haar speech.